Airbus vangt weer bot in hoger beroep zaak tegen Reggie de Jong

21 september 2023
Kennisbank

Michel Klompmaker

Onlangs diende bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep dat Reggie de Jong had ingesteld tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter op 26 juni 2023 had uitgesproken, waarbij zij op straffe van een behoorlijke dwangsom een uitingsverbod kreeg opgelegd. Airbus had dit in eerste instantie via een kort geding afgelopen juni voor elkaar gekregen via de Voorzieningenrechter. Dit is nu via het gewezen arrest van 12 september 2023 door de hogere rechter van tafel geveegd. Ondertussen is de bodemprocedure in hoger beroep nog hangende, waarbij De Jong een schadevergoeding eist. Voor het goede begrip is het nuttig om even terug te grijpen naar een aantal relevante feiten, zoals die in het arrest staan vermeld.

Reggie de Jong is slachtoffer geweest van oplichting met ongedekte obligaties van MBB Clean Energy AG (verder MBB CE). Zij is ervan overtuigd dat een aantal grote ondernemingen, waaronder Airbus, bij deze zwendel betrokken is geweest en voert een bodemprocedure tegen deze ondernemingen tot vergoeding van haar schade. In het door haar ingestelde hoger beroep is nog geen uitspraak gedaan. Deze uitspraak is voor de achtste keer aangehouden en wordt nu verwacht op 14 november 2023, anderhalf jaar na de zitting in het Gerechtshof Amsterdam.

Airbus wil een bijna totaalverbod opgelegd zien aan De Jong om Airbus verder te beschuldigen van betrokkenheid bij deze zwendel. De voorzieningenrechter heeft Airbus deels gelijk gegeven en aan De Jong een verbod opgelegd om mededelingen te doen die inhouden dat Airbus of haar groepsmaatschappijen betrokken zijn bij fraude, corruptie, omkoping of andere illegale activiteiten waarbij MBB CE als vehikel is gebruikt, dan wel dat Airbus of haar groepsmaatschappijen al dan niet in samenspanning met andere ondernemingen deel uitmaken van een criminele organisatie. Alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per keer met een maximum van € 50.000,-.

Reggie de Jong vindt dat deze uitingsverboden haar ten onrechte zijn opgelegd. Airbus daarentegen, wil juist een veel verdergaand verbod met een veel hogere dwangsom. Het Hof is van oordeel dat het door de voorzieningenrechter opgelegde uitingsverbod te ver gaat. Verder noemt het Hof onder andere nog de volgende feiten.

* De Airbus-groep is de laatste jaren negatief in het nieuws geweest vanwege betrokkenheid bij internationale corruptie- en smeergeldaffaires. In januari 2020 heeft Airbus in meerdere internationale strafrechtelijke procedures een schikking aanvaard van 3,6 miljard euro.

* Een van de rechtsvoorgangers van Airbus is de Duitse vliegtuigfabrikant Messerschmitt-Bölkow-Blohm GmbH (MBB).

* In 2012 is MBB CE opgericht, een onderneming die zich richtte op investeringen in groene energie. MBB CE wekte de indruk dat er een link bestond met MBB. Een van de bestuurders van MBB CE, Hans Schmitz, was een ex-werknemer van Airbus. MBB CE huurde bedrijfsruimte op het complex van een Airbus-vennootschap (EADS GmbH) in Ottobrunn-Taufkirchen nabij München.

*In 2014 heeft Airbus in het kader van een minnelijke regeling van een door haar aangespannen procedure over huurachterstand en ontruiming van MBB CE, merkrechten van MBB aan MBB CE
overgedragen. Na het faillissement van MBB CE zijn deze merkrechten met medewerking van Airbus deels bij de Zwitserse rechtspersoon SBH Verwaltung & Consultancy terechtgekomen, waarin ook Hans Schmitz een rol speelt.

* Reggie de Jong is een oud Olympisch zwemster die na haar sportloopbaan carrière heeft gemaakt in de zakenwereld, onder meer als directeur bij de inmiddels ontmantelde DSB-Bank. Zij heeft zich (al dan niet via haar onderneming Hilverwood) ingespannen om financiering te vinden voor de plannen van haar broer om een musical over het leven van de pianist Liberace naar Broadway te brengen. In dat kader is zij slachtoffer geworden van een Amerikaanse oplichter, genaamd Milton David Thomas (verder: Thomas). Thomas beloofde haar geld, maar om dat te krijgen moest zij hem eerst geld lenen. Dit heeft zij gedaan (€ 130.500,-), met obligaties van MBB CE als door Thomas verstrekte zekerheid. Deze obligaties bleken ongedekt. Thomas is voor oplichting in Nederland tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar veroordeeld. Die heeft hij inmiddels uitgezeten.

*Bij de beursnotering en/of de overboeking van de obligaties van MBB CE zijn Deutsche Börse AG, Clearstream Banking AG, Deutsche Bank AG en Insinger Gillissen Bankiers betrokken geweest,

*De Jong is ervan overtuigd dat MBB CE feitelijk een onderneming van Airbus is die Airbus heeft gebruikt als dekmantel bij het uitvoeren van illegale financiële operaties, zoals het kanaliseren van steekpenningen. Volgens De Jong is sprake van netwerkfraude door Airbus en de hierboven genoemde financiële ondernemingen, die samen de fraude met de obligaties van MBB CE mogelijk hebben gemaakt.

De vordering van Airbus

Airbus vordert in hoger beroep, verkort weergegeven, dat het Hof Reggie de Jong verbiedt mededelingen te doen of openbaar te (laten) maken, in welke vorm dan ook, daaronder begrepen in het kader van een aandeelhoudersvergadering van Airbus, aan Airbus of betrokkenen bij Airbus, derden, waaronder media, binnen- en buitenlandse autoriteiten, opsporingsdiensten en toezichthouders, met uitzondering van de rechter en andere procespartijen in aanhangige procedures tussen Airbus en Reggie de Jong, voor zover in die mededelingen besloten ligt of de indruk kan ontstaan:
• dat Airbus betrokken was of is bij fraude, corruptie, omkoping of andere laakbare gedragingen in verband met de activiteiten van MBB CE of de oplichtingspraktijken van Thomas;
• dat Airbus juridisch of feitelijk gelieerd waren of zijn aan, zeggenschap hadden of hebben over MBB CE;
• dat Airbus al dan niet in samenspanning met andere ondernemingen deel uitmaken of uitmaakten van een criminele organisatie of een ander samenwerkingsverband met een onoorbaar karakter;
• dat Airbus gebruik heeft gemaakt van diensten van individuen die door De Jong met MBB CE in verband worden gebracht, als tussenpersonen of anderszins, bij de verkoop van Airbus producten;
• dat bestaande of voormalige bestuurders en functionarissen van Airbus worden of werden aangestuurd door buitenlandse geheime diensten;
• dat Airbus, uit vrees dat de onderneming en/of haar bestuurders strafrechtelijk kunnen worden vervolgd, druk uitoefent op De Jong teneinde haar ertoe te brengen, op te houden met het verspreiden van haar hiervoor omschreven ongefundeerde aantijgingen;
of
• dat Airbus zelf of via haar advocaat zich in of buiten rechte schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte.

Een en ander op verbeurte van een dwangsom € 10.000 -,  voor iedere keer dat zij in strijd handelt met deze verboden en geboden, tot een maximum van € 250.000-,  is bereikt.

Airbus wilde dus een verbod opleggen voor de toekomst voor uitingen zoals Reggie de Jong die vanaf 2020 over de MBB CE-kwestie tegenover de pers en op het internet heeft gedaan en op gesprekken tussen De Jong en diverse Nederlandse en buitenlandse autoriteiten – waarvan De Jong zelf aangeeft dat die plaatsvinden. Dat Airbus heeft verwezen naar krantenartikelen die op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding in de rechtbankprocedure al wat ouder waren, is daarbij niet van belang. Airbus vordert geen rectificatie van reeds gepubliceerde artikelen /interviews, maar een verbod om bepaalde uitlatingen in de toekomst te doen.

Het toetsingskader

Reggie de Jong beroept zich op de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Airbus beroept zich op haar beurt op artikel 8 lid 1 EVRM. Artikel 8 lid 1 EVRM beschermt onder meer het recht op eerbiediging van het privéleven waartoe ook behoort het recht op eerbiediging van reputatie of, met andere woorden, de eer en de goede naam. Dit recht wordt ook beschermd door artikel 6:162 BW. Airbus keert zich tegen die overwegingen en wil in dit kort geding vastgesteld hebben dat artikel 8 EVRM in volle omvang ook onverkort geldt voor rechtspersonen. Zij knoopt daaraan vervolgens vast dat voor grote beursgenoteerde ondernemingen een hoger beschermingsniveau zou moeten gelden, omdat beschuldigingen van fraude voor een grote onderneming ernstige gevolgen kan hebben.

Het Hof volgt Airbus niet in deze laatste stelling. Dat ook een rechtspersoon zich kan beroepen op de rechten die gewaarborgd worden door het EVRM, is in de loop der jaren in de jurisprudentie van het Europese Hof voor de rechten van de Mens (EHRM) bevestigd voor diverse afzonderlijke grondrechten. Voor de bescherming van persoonlijkheidsrechten van rechtspersonen is het bestaan van deze rechten indirect erkend in het arrest Fayed tegen het Verenigd Koninkrijk. In dat arrest heeft het EHRM in verband met het recht op reputatiebescherming geoordeeld dat in het geval van zakenlieden die betrokken zijn bij grote publieke ondernemingen, de grenzen van aanvaardbare kritiek ruimer zijn dan voor particulieren. Daarbij heeft het EHRM overwogen dat het feit dat een bepaalde partij een grote multinational was, niet betekende dat die partij niet het recht had om zich tegen lasterlijke uitlatingen te verdedigen, noch dat de verzoekers (natuurlijke personen) niet verplicht waren de juistheid van de door hen gedane uitlatingen aan te tonen. Hieruit kan allesbehalve worden afgeleid dat een grote multinational meer bescherming verdient dan een kleinere onderneming.

In navolging hiervan oordeelt ook het Hof dat Airbus zich voor de bescherming van haar reputatie in beginsel ook op artikel 8 EVRM kan beroepen. In beginsel, want zoals ook de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen, levert niet elke uitlating waarmee afbreuk gedaan wordt aan de reputatie van iemand (om het even of het gaat om een natuurlijk persoon of een rechtspersoon) per definitie een inbreuk van artikel 8 EVRM op. Het moet namelijk wel gaan om een aantasting met een ‘certain level of gravity’ – in Nederland aangeduid als het drempelvereiste. Daarbij geldt ook voor natuurlijke personen bij publieke figuren een hogere drempel dan voor anderen.

In dit geschil is daarmee sprake van een botsing tussen twee fundamentele rechten, namelijk de reputatiebescherming van Airbus en het recht op vrije meningsuiting van De Jong. Het antwoord op de vraag welk van deze rechten in deze zaak zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden. Uitgangspunt bij die afweging is dat beide rechten in beginsel gelijkwaardig zijn. Het oordeel dat een van beide rechten, gelet op alle ter zake dienende omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht, brengt mee dat de inbreuk op het andere recht voldoet aan de noodzakelijkheidstoets als genoemd het tweede lid van artikel 8 en 10 EVRM. De toetsing dient in één keer te geschieden.

De openbare uitingen van Reggie de Jong

De uitspraken in de eerder gedane rechtszaken zijn op rechtspraak.nl gepubliceerd en hebben de interesse van de pers gewekt. De krantenartikelen in Het Parool en NRC zijn daaruit voortgekomen, waarbij het artikel in Het Parool is geïnitieerd door de sportredactie die in een reeks over de tweede carrière van Reggie de Jong aanleiding zag haar te benaderen. Ook voor NRC geldt dat niet gebleken is dat het initiatief van haar is uitgegaan. Wel heeft zij volledig meegewerkt en stukken uit haar dossier aan NRC beschikbaar gesteld. Op zich stond het De Jong vrij om in de interviews haar mening te verwoorden en toe te lichten waarom zij in hoger beroep is gegaan van het vonnis van de rechtbank Amsterdam. De voorzieningenrechter heeft die krantenartikelen beoordeeld op de punten die Airbus als onrechtmatig had bestempeld. Daartoe heeft de voorzieningenrechter de artikelen zelfstandig ontleed. De voorzieningenrechter is Airbus op één onderdeel gevolgd in het standpunt dat in de krantenartikelen sprake was van een onrechtmatige uiting van NRC. Dit betreft de passage in het NRC-artikel waarin stond: “Als The Guardian in 2017 onthult dat Airbus miljoenen aan steekpenningen heeft betaald via obscure bedrijven en het concern drie jaar later voor 3,6 miljard euro schikt met autoriteiten in Frankrijk, Engeland en de VS wegens corruptie is voor Reggie de Jong de cirkel rond. Ze raakt ervan overtuigd dat MBB ook zo’n obscuur bedrijf voor smeergeldconstructies is”.

Volgens de Airbus en de voorzieningenrechter is die laatste zin onrechtmatig. Het hof is het daar niet mee eens. Het betreft hier een constatering van de journalist van NRC die feitelijk juist is. Dit is de overtuiging van Reggie de Jong. Dat die overtuiging en de feiten waarop zij die overtuiging stoelt voor de rechtbank Amsterdam onvoldoende zijn geweest om vast te kunnen stellen of het klopt wat zij stelt, maakt nog niet dat het hebben en verwoorden van die mening als zodanig onrechtmatig is. Dat neemt niet weg de mening van De Jong een zware beschuldiging aan het adres van Airbus impliceert, en dat zij die na het op dit punt voor haar ongunstige oordeel van de rechtbank Amsterdam niet zonder verdere onderbouwing als een feit mag presenteren. Dat heeft zij in dit artikel naar het oordeel van het hof ook niet gedaan.

De tweede uitlating die de voorzieningenrechter onrechtmatig heeft geoordeeld, is een uitspraak die Reggie de Jong begin januari 2023 heeft gedaan op de website van Risk & Compliance Platform Europe.  Dit interview bevat onder meer een passage waarin De Jong spreekt over de mogelijkheid van strafrechtelijke aangifte in de zaak rond de ongedekte obligaties, gericht tegen de partijen waartegen De Jong civielrechtelijk procedeert. Daarin zegt zij: “Ik ben zelf gedupeerde geraakt van eigenlijk een corruptieschandaal. In het begin niet wetende wat er aan de hand was, maar onderzoek gaan doen, heel veel onderzoek gaan doen. Heb eigenlijk alle informatie bij alle partijen boven water gekregen wat een andere partij nooit meer zal lukken omdat er nu een en ander bloot is gelegd en deze zaak eigenlijk ook niet of nauwelijks nog in de publiciteit is geweest. Ik denk dat ik extra gemotiveerd ben. Enerzijds omdat ik zelf een fors gedupeerde ben. Maar ook dat, ja zeg maar, de financiële middelen bedoeld waren voor een heel groot internationaal project enerzijds en anderzijds een heel maatschappelijk project. Er zijn mensen die hebben geïnvesteerd in dit project die dat zagen nog als levensdoel. Een vriendin van mij met MS, inmiddels overleden, dus dat maakt je extra gemotiveerd om dit op te lossen. Nou ja, de partijen waar ik tegen strijd, onder anderen zijn Airbus en MBB Clean Energy, het oude Messerschmitt-Bölkow-Blohm, Deutsche Bank, Deutsche Börse, Clearstream, die naar mijn idee en waar al mijn bewijsmateriaal op gebaseerd is een criminele netwerkorganisatie hebben gevormd, dus netwerkcorruptie hebben gedaan. En deze corruptie heeft ook echt alleen maar zich kunnen ontplooien doordat ze met elkaar samengewerkt hebben. Dat zijn allemaal internationale partijen en dat is ook gelijk de ingewikkeldheid om dit over de bühne te gaan krijgen.”

Oordeel van het Hof

De voorzieningenrechter heeft onrechtmatig geoordeeld dat De Jong Airbus aanmerkt als onderdeel van een criminele netwerkorganisatie, omdat daarvoor onvoldoende steun in de feiten aanwezig is.

Het Hof oordeelt dat Reggie de Jong ook in dit citaat aangeeft dat het haar mening is dat sprake is van netwerkcorruptie en dat Airbus van dat netwerk deel uitmaakt. De rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat de informatie die De Jong heeft verzameld vragen kan oproepen over de relatie tussen Airbus en MBB CE en dat in dat licht en gelet op de oplichting waarvan zij het slachtoffer is geworden, nog wel te begrijpen valt dat zij de conclusies trekt die zij heeft getrokken.

Hoewel niet onbegrijpelijk is dat Airbus over het woord ‘crimineel’ struikelt, acht het gebruik van uitsluitend dit woord in het interview, gelet op de hele context daarvan, niet onrechtmatig, nu duidelijk is dat dit een waardeoordeel van De Jong betreft. Zij beschrijft vooral waar zij al meerdere jaren een groot deel van haar energie aan besteedt, en wat zij in hoger beroep ter beoordeling aan het Hof heeft voorgelegd.

De zeer beperkte publieke uitingen die Airbus heeft aangevochten zijn naar het oordeel van het Hof niet onrechtmatig tegenover Airbus en rechtvaardigen niet een vergaand ingrijpen in haar uitingsvrijheid voor de toekomst.

Airbus wil ook een verbod opgelegd zien aan Reggie de Jong om in contacten met binnen- of buitenlandse autoriteiten haar beschuldigingen aan het adres van Airbus te verwoorden, al dan niet in de vorm van het doen van aangifte.

Het staat Reggie de Jong vrij om het door haar verzamelde bewijs aan de bevoegde autoriteiten te presenteren en haar mening daarover te geven en de autoriteiten te verzoeken nader onderzoek te doen, al dan niet in het kader van een strafrechtelijk onderzoek, zolang zij daarbij maar volledige openheid geeft en niet bewust een vals beeld schetst. Het is vervolgens aan de autoriteiten om te beslissen of een nader onderzoek plaats moet vinden.

Airbus wil daarnaast ook elke uitlating van Reggie de Jong tegenover eenieder – met uitzondering van de procesdeelnemers in de procedure bij het Hof Amsterdam – als door haar omschreven verbieden op straffe van verbeurte van een dwangsom, waarbij het Hof er volgens haar op moet vertrouwen dat Airbus daar prudent mee om zal gaan. Voor een dergelijke vergaande inperking van de vrijheid van meningsuiting acht het Hof geen grondslag aanwezig.

Het Hof zal Airbus in de kosten van de procedure veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van deze uitspraak. De proceskostenveroordeling kan ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

Reggie de Jong merkt in dit verband het volgende op: “Bijzonder dat ik Airbus in het hoger beroep van dit kort geding weer heb moeten betrappen op liegen in woord en geschrift. Zeer kwalijk om het Hof op een dwaalspoor te zetten, maar ik zal er dankbaar gebruik van gaan maken”.



  • Petje

    Mw. de Jong zou daar waar in het hoger beroep van dit kort geding kan worden gesproken van liegen in woord en geschrift om het Hof op een dwaalspoor te zetten dit bij de Deken als advocatenwet-tuchtrechtklacht neer kunnen leggen gericht tegen de advocaten van de tegenpartij(en)
    cfm art 46 advocatenwet juncto art 21 Rv

  • Reggie de Jong

    Ik, Reggie de Jong, heb inmiddels een aantal klachten bij de Deken van Amsterdam neergelegd tegen de Clifford Chance-advocaat van Airbus SE. Drie type klachten wel te verstaan:

    1. Het jarenlang structureel uiten van 5 verschillende strafrechtelijke beschuldigingen aan het adres van De Jong. Deze beschuldigingen zijn ongefundeerd en worden welbewust gebruikt om De Jong in diskrediet te brengen.

    2. Betreffende advocaat combineert dit met ernstig grievende kwalificaties zoals ‘complotdenker’, ‘fantast’, ‘zij is een vrouw die op hol is geslagen’, ‘die vrouw is ontoerekeningsvatbaar’ en ‘die vrouw heeft ernstig psychische hulp nodig’. Naar het oordeel van De Jong heeft betreffende advocaat hiermee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door overtreding van gedragsregel 7.

    3. Om de Jong verder in diskrediet te brengen, heeft betreffende advocaat zelfs gelogen in woord en geschrift ten overstaan van het Hof in Leeuwarden in augustus 2023.

    Het moge duidelijk zijn dat deze processtrategie van de advocaat van Airbus ontoelaatbaar is.
    Een civiele zaak zou op de inhoud gevoerd moeten worden.

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *