Wetsvoorstel in de maak over de verschoningsplicht voor rechters

21 april 2023
Kennisbank

Michel Klompmaker

Recent is de Werkgroep Verschoningsplicht voor Rechters, afgekort WVvR, in het leven geroepen op initiatief van Mr.drs. Hester Bais, Mr. Jacques Jetten, Ir. Toon Peters en Mr. Paul Ruijs. We spraken onlangs met hen over dit opmerkelijke initiatief. De WVvR onderzoekt de kwaliteit van de rechtspraak in Nederland en wil die bewaken en verbeteren. De leden van de werkgroep zijn ervan overtuigd dat er op het gebied van mogelijke belangenverstrengeling tussen de rechterlijke macht en derde partijen het een en ander wettelijk geregeld moet gaan worden. Het bestaansrecht van rechters is immers hun onafhankelijkheid, onpartijdigheid en betrouwbaarheid. Begin februari van dit jaar werd daarom een brief (deze brief is onderaan dit artikel ter kennisname  integraal te lezen) verstuurd naar alle presidenten van rechtbanken en gerechtshoven in Nederland. De brief is ook verstuurd naar Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en naar de Raad voor de Rechtspraak. De brief is ter kennisgeving verstuurd, maar de werkgroep nodigde de geadresseerden uit om inhoudelijk te reageren. Het bleef stil. Uit betrouwbare bron weten we dat sommige rechters niet blij zullen zijn met dit wetsvoorstel. Dat geeft te denken… vandaar dat we maar even met enkele initiatienemers om tafel gingen zitten.

Veel juristen, politici en hoogleraren willen ons graag doen geloven dat we in Nederland een fantastisch systeem hebben opgetuigd rond de rechtspraak. Kritiek leveren op de rechtspraak is in veel kringen ‘not done’, waarbij al snel verwezen wordt naar de World Justice Project Rule of Law Index. En inderdaad veel landen scoren lager dan Nederland. Maar wat als het gewoon om feiten gaat, die rechters al dan niet bewust niet zien of kennen, met ernstige gevolgen voor rechtzoekenden? Wat is er dan mis om dat aan te kaarten? Voor sommigen is het uitgangspunt dat rechters geen enkele fout kunnen maken en dat zij altijd zuiver zijn in hun oordeel. De werkelijkheid is anders. Ook rechters zijn immers gewone mensen. Dat werd al door mr. A.H. van Delden, oud-president van de Haagse rechtbank in 2002 bij zijn installatie als eerste voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak opgemerkt: “Bij mijn weten is er nog nooit een rechter door de Hoge Raad ontslagen. Dat zou misschien wel eens moeten gebeuren. Het kan niet waar zijn dat alle rechters altijd goed hebben gefunctioneerd. Zoiets wordt meestal met de mantel der liefde bedekt of op een andere manier opgelost.” 

En daar sloeg Van Delden de spijker op zijn kop. Rechters, toch de belangrijkste beroepsgroep als het gaat om integriteit en onkreukbaarheid, kennen geen toezicht. Hooguit een schaamtecultuur die geen kritiek verdraagt en waar men als groep elkaar niet graag afvalt. Dat geldt in het bijzonder voor de lucratieve nevenfuncties, die sommige rechters erop nahouden. Het blijkt in de praktijk moeilijk voor deze beroepsgroep om elkaar aan te spreken alsook enige vorm van zelfreflectie aan de dag te leggen.

Kunnen jullie ons in dit verband iets meer vertellen over die wet uit 1997 waarbij rechters verplicht werden om hun nevenfuncties te melden in een openbaar register? 

Werkgroep Verschoningsplicht voor Rechters: “Tja, het is goed dat je daarmee begint, want hoewel de wet aan duidelijkheid niets te wensen overlaat, is het klip en klaar dat de rechterlijke macht er niet zo veel voor voelt om de nevenfuncties op te geven. Die verplichting bestaat al sinds 1997 en is tot stand gekomen naar aanleiding van eenzelfde discussie over de mogelijke belangenverstrengeling van rechters in die tijd. Het heeft echter niet veel opgeleverd. In de praktijk blijken presidenten van de rechtbanken en gerechtshoven niet in te grijpen als rechters hun nevenfuncties niet vermelden. Sommige nevenfuncties worden door rechters gewoonweg vergeten, zoals een commissariaat bij DSM en Hoogovens. De reactie van de enkele presidenten die erop werden aangesproken zoals mr. R.C. Gisolf uit Amsterdam, was: ”Ik heb ze er al meerdere malen op gewezen maar de animo ontbreekt.” Een andere uitspraak van zijn Haagse collega was: “Een deel vertikt het, of vindt het niet nodig”.  Het meest beruchte geval tot op heden is wellicht de zaak van Henk Rem tegen verzekeraar OHRA. De verzekeraar weigerde onder de afgesloten ongevallenpolis een bedrag te betalen en dwong Henk Rem een rechtszaak op, die door Rem probleemloos bij de Rechtbank Arnhem werd gewonnen. OHRA ging in hoger beroep en blufte alvast tegen Rem om de schadevergoeding niet uit te geven. Ruim een jaar later moest Rem van het Gerechtshof Arnhem de schadevergoeding terugbetalen. Rem vertrouwde het niet en kwam erachter dat vice-president Lion, de behandelend voorzitter, een betaalde nevenfunctie had bij OHRA. Hij behandelde regelmatig appelzaken van OHRA. Zijn collega raadsheren bleken ook een relatie te hebben met het advocatenkantoor van OHRA. Eén raadsheer zat als kantoorgenoot tegenover de dienstdoende OHRA advocaat, die op zijn beurt weer plaatsvervangend raadsheer was. Dat de andere raadsheer getrouwd was met een advocaat van het OHRA kantoor moet toeval geweest zijn, maar Henk Rem was dus vanaf het begin kansloos geweest.”

Maar in een dergelijk geval kan de Hoge Raad toch achteraf ingrijpen na cassatieverzoek? 

Werkgroep Verschoningsplicht voor Rechters: “Dat zouden we in eerste instantie ook denken. Maar in de praktijk is dat, afgezien van de kosten, niet gemakkelijk, want ook bij de Hoge Raad zaten in deze zaak de raadsheren en professoren Mijnsen en Hermann met als nevenfuncties voorzitter en lid van het tuchtcollege voor schadeverzekeraars, gefinancierd door de verzekeringsbranche.”

Waarom hoor je hier niet meer advocaten of gedupeerde procespartijen over?

Werkgroep Verschoningsplicht voor Rechters: “De procespartijen zijn vaak afhankelijk van de advocaat en die heeft eerbied voor de rechtelijke autoriteiten beloofd of gezworen. De onafhankelijke rechters zijn het fundament van de rechtspraak en als advocaat veronderstel je dat de rechtspraak onafhankelijk is. Laten we voorop stellen dat ook wij van mening zijn dat de meeste rechters deugen en niet-partijdig rechtspreken. Er blijkt echter in de praktijk dat een aantal niet deugt en sommigen op z’n minst de schijn van partijdigheid opwekken. Dan rijst de vraag in hoeverre deze vrij hun gang kunnen gaan. Advocaten en rechters komen vaak vanuit hetzelfde netwerk en zo’n netwerk kan corrumperen zonder dat de deelnemers dat zelf doorhebben. Maar het durven aanspreken van rechters laat te wensen over. Dit laatste hoeft niet altijd vanwege vriendjespolitiek of iets dergelijks te nagelaten te worden, maar kan ook te maken hebben met de tijd, energie en kosten die het met zich meebrengt als je de rechter daadwerkelijk wenst aan te spreken. Mr. drs. Bais procedeert al 10 jaar in zogeheten renteswap dossiers en heeft zich al meerdere keren publiekelijk uitgelaten over onwettig beleid dat de Rechtbank Amsterdam in deze zaken voert. “Dat is door een rechter van deze rechtbank tijdens twee verschillende zittingen met verschillende cliënten bevestigd en ook opgenomen in het proces-verbaal van de zitting. Daardoor wordt een belangrijk onderdeel van deze zaken, het liquiditeitsrisico dat weer samenhangt met de liquiditeitsopslag waar het in deze procedures om gaat, gewoon genegeerd en niet meegewogen in het oordeel.”, aldus Bais. Bais schreef eerder een kritische noot in het vakblad Jurisprudentie Onderneming & Recht bij de uitspraak over de prejudiciële vragen die de Rechtbank Amsterdam in 2018 stelde. Ook in die vragen werd met geen woord gerept over de wettelijke (margin)bewakingsplicht en het liquiditeitsrisico dat daarmee samenhangt. Voor zover zij weet is er echter niets met deze kritische noot gedaan. In 2021 werden in een artikel in het Financieel Dagblad over deze renteswap dossiers rechters zelfs partijdig genoemd. De betreffende advocaat somt in dit artikel een lange rij voorbeelden op om zijn standpunt kracht bij te zetten, van aangeleverd bewijs dat niet wordt genoemd in vonnissen tot cliënten die door de rechter de mond wordt gesnoerd. ( https://fd.nl/achtergrond/1386343/derivatendrama-sleept-zich-voort-in-de-rechtszaal-mnd3caO26rLM ). Ook Bais loopt tegen dit soort verontrustende praktijken aan. Naast dit soort praktijken is het ook niet prettig om later te vernemen dat de rechter die de zaak behandelde zelf afkomstig is van een Zuidas kantoor dat betrokken is in deze dossiers. Het verbaast haar dat er niets door de Rechtspraak met deze publieke aantijgingen wordt gedaan. Deze zijn immers ernstig en horen niet thuis in een democratische rechtsstaat. Onlangs is met succes een rechter van het Gerechtshof Amsterdam gewraakt en onlangs ook een rechter van de Rechtbank Amsterdam. Bais is toegetreden tot de  Werkgroep Verschoningsplicht voor Rechters om deze weer nieuw leven in te blazen. Zij is overtuigd dat het om een slechts aantal “rotte appels” gaat. Bais vindt het deprimerend dat leden in de werkgroep al meer dan 15 jaar strijden voor onafhankelijk rechtspraak, maar dat de (schijn van) belangenverstrengeling niet is verdwenen in de rechtspraak. Mede op basis van haar eigen ervaring heeft Bais zich aangesloten bij de werkgroep en ondersteunt het wetsvoorstel.”

We kunnen dus wel stellen dat jullie voorstel om wettelijke verschoningsplicht in te voeren voor rechters niet zomaar uit de lucht komt vallen. Als we goed zijn geïnformeerd komt het erop neer dat een rechter op straffe van een zware sanctie vóór de behandeling/acceptatie van een toegewezen zaak schriftelijk moet verklaren geen privé, persoonlijke en/of zakelijke relaties te onderhouden of te hebben gehad met partijen en/of hun advocaten in het hem voorliggende dossier.

Werkgroep Verschoningsplicht voor Rechters: “Dat klopt. Daarom willen wij met onze brief peilen of dit voorstel draagvlak heeft onder juristen en rechters. Een ding weten we zeker dat ons voorstel breed gedragen wordt door al diegenen die getroffen zijn door al dan niet bewuste ‘vergeetachtigheid’ bij rechters, waarbij dit dan wel toevallig goed uitkwam voor de tegenpartij. Sommige gevallen zijn echt te gek voor woorden. Bais geeft aan dat zij cliënten in renteswap zaken bij aanvang van de procedure waarschuwt dat zij “Rechtbank Amsterdam als een hobbel moeten nemen”. “Het is meer dan duidelijk bij advocaten die in deze renteswap dossiers procederen dat deze rechtbank niet geïnteresseerd is in de waarheidsvinding. Er blijkt zelfs overleg te hebben plaatsgevonden door advocaten van de Zuidas en de rechters in deze dossiers. Zoals ik al zei is ter zitting meermalen aangegeven door rechters dat zij niet ingaan op de gevolgen van het liquiditeitsrisico van rentederivaten en al het aangevoerde wordt gewoon ter zijde geschoven bij het opstellen van het vonnis. Dat is heel erg frustrerend. Niet alleen voor de advocaat, maar vooral ook voor de cliënt die vaak al in een lang slepend geschil met zijn bank is verwikkeld en veel tijd en geld in deze procedure moet steken.”  Met andere woorden in de praktijk blijkt dat het soms echt goed mis kan gaan. Maar belangenverstrengeling moet echt voorkomen worden, in het belang van de reputatie van de rechtspraak zelf. Daarom willen wij dit voorstel tezamen met een petitie aanbieden aan de Commissie Verzoekschriften en Burgerinitiatieven van de Tweede Kamer.”

Nu hebben jullie de onderstaande brief begin februari van dit jaar verstuurd naar alle presidenten van de rechtbanken en gerechtshoven in Nederland. Enig idee hoe hierop is gereageerd?

Werkgroep Verschoningsplicht voor Rechters: Behalve een niet ter zake doende brief van de president van de rechtbank Maastricht, mochten we tot op heden geen enkele reactie ontvangen. Dat vinden wij echt heel jammer, omdat het naar onze mening belangrijk is dat het debat hierover wordt gevoerd. Veel advocaten durven dat niet of hebben er geen zin in. Wij weten echter dat onze zorg over belangenverstrengeling van rechters breder leeft. Wellicht dat onze actie andere advocaten, rechters of gedupeerden over de streep trekt om zich openlijk uit te spreken. Dat kan echter alleen in een veilig klimaat waar ruimte is voor debat. Wij doen een aanzet daartoe.

We zijn Paul Ruijs dankbaar omdat we gebruik mochten maken van zijn essay “Vrouwe Justitia moet ook in quarantaine”, uit het in 2022 verschenen boek over de oud Belgische Rechter Jan Nolf. Voor het goede begrip hebben we de brief waarover hierboven gesproken is en die begin februari van dit jaar verstuurd is naar in totaal 14 rechtbanken, gerechtshoven en bovendien naar de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak in Den Haag hieronder integraal opgenomen.

Betreft: Verschoningsplicht voor rechters

Geachte ….

Het bestaansrecht van rechters is hun onafhankelijkheid, onpartijdigheid en betrouwbaarheid waarmee tevens een goed functionerende rechtstaat wordt gedefinieerd. Het vertrouwen in de onafhankelijkheid van de rechters is essentieel, zodat ook iedere schijn van partijdigheid dient te worden voorkomen.

Het is inmiddels meer dan 25 jaar geleden dat enkele burgers daar openlijk aan twijfelden. Kennelijk niet geheel onterecht omdat rechters vanaf 1 januari 1997 wettelijk werden verplicht in ieder geval hun nevenfuncties in een openbaar register bekend te maken.
Daaraan werd toegevoegd dat in overleg met- en met instemming van het bevoegd gezag afspraken gemaakt moesten worden over incompatibiliteiten, roosters en de afdracht van neveninkomsten onder werktijd plus een jaarlijkse update om het register betrouwbaar en actueel te houden. Dit alles om enigszins te voorkomen dat rechters met nevenfuncties zaken zouden behandelen waarbij sprake van een “conflict of interest” zou kunnen zijn.

Men ging er destijds ook nog vanuit dat (noblesse oblige) sancties niet nodig waren, omdat werd aangenomen dat rechters en het bevoegd gezag de regels rond de registratieverplichting ex art 43 Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (“Wrra”) niet zouden negeren. Rechters die in strijd met hun ambtseed bewust wetten overtreden horen immers sowieso niet thuis bij de rechterlijke macht. Bewezen pyromanen laat je tenslotte ook niet tot de brandweer toe.

Wat de afgelopen 25 jaren vooral hebben aangetoond is de (bewuste?) naïviteit waarmee politici en juristen de rechterlijke macht bejegenen, ook nadat het WODC en diverse media na onderzoek meerdere malen hadden vastgesteld dat veel rechters én het bevoegd gezag deze wettelijke verplichting negeerden, zelfs willens en wetens. In 2013 kwam de minister van Justitie Ard van der Steur na de zoveelste onthulling niet verder dan de verzuchting “dit valt niet meer uit te leggen aan de burger”.

Het viel inderdaad niet meer uit te leggen aan de burger, maar wat nog minder valt uit te leggen is dat het sindsdien – na al het obligate ach en wee – gewoon door is gegaan en zelfs erger lijkt te zijn geworden. Richtlijnen en leidraden om partijdigheid te voorkomen blijken in de praktijk zinloos.

Wordt vandaag de dag pas na afloop van een zaak bekend dat een rechter een uiterst relevante nevenfunctie heeft verzwegen – en zich spontaan niet heeft verschoond – dan kan de betreffende president tegenover de protesterende gedupeerde volstaan met de opmerking dat de registratie aan de aandacht was ontsnapt. Om daar op een onthutsende manier aan toe te voegen “… er niettemin van overtuigd te zijn dat, zoals gebruikelijk (d.w.z. zonder wraken of verschonen) ook in dit geval de zaak op een zorgvuldige, integere en onpartijdige wijze was behandeld”. Daardoor kunnen rechters gevoelige nevenfuncties bewust en probleemloos verzwijgen en wordt effectief wraken in de praktijk onmogelijk
gemaakt. Het is dan ook teleurstellend dat de PG van de Hoge Raad zich in 2022 volledig kon vinden in zo’n reactie en daarmee met zijn gezag de wet ex art 43 Wrra als schild tegen partijdige rechtspraak tot dode letter verklaarde. Samen met de geheime manier waarop rechters zaken krijgen toegewezen of zich toe eigenen (denk bijvoorbeeld aan de Chipsholaffaire) is verschonen nog het enige correctief waarmee een rechter belangenverstrengeling buiten de deur kan houden.

Met het voorgaande is na 25 jaar in essentie aangegeven dat we het niet over een incident hebben, maar dat het om een structurele misstand gaat. De rechterlijke macht neemt de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid onvoldoende serieus en lijkt niet in staat en bereid om verbetering aan te brengen. Er wordt met het vingertje gewezen naar Oost- Europese landen (of zelfs gedemonstreerd, zoals in Polen), terwijl het de rechterlijke macht niet lukt om (de schijn van) partijdigheid en belangenverstrengeling buiten de deur (rechtspraak) te houden.

De rechtstaat is echter van ons allemaal en te belangrijk om de zorg daarvoor alleen over te laten aan ambtenaren. Langs deze weg delen wij u daarom bij wijze van kennisname mee dat wederom een aantal burgers initiatieven zullen ondernemen om via wetgeving de broodnodige verbeteringen aan te brengen.

Meer in het bijzonder met het voorstel het vrijblijvend verschonen van een rechter wettelijk te veranderen in een verschoningsplicht die inhoudt dat een rechter op straffe van een zware sanctie vóór de behandeling/acceptatie van een zaak schriftelijk moet verklaren geen privé, persoonlijke en/of zakelijke relaties te onderhouden of te hebben gehad met partijen en/of hun advocaten in het hem voorliggende dossier.

Analyse van omstreden/partijdige uitspraken leert dat de in het gelijk gestelde procespartij
in alle gevallen zo’n relatie met de rechter(s) bleek te hebben hetgeen in de zaak Rem/Ohra

op de meest overtuigende wijze werd aangetoond. Maar ook in het strafrecht in het kader van een art 12 Sv klacht hield een raadsheer verder onderzoek naar een verdachte tegen en werd pas achteraf duidelijk – nota bene na een aanvankelijke ontkenning – dat de raadsheer en verdachte persoonlijk bevriend waren.

Deze brief is slechts bedoeld als kennisgeving. Wij zullen daarmee journalistieke belangstelling proberen te wekken en ons uiteindelijk tot de wetgever wenden (zoals destijds in 1996). Indien bij u niettemin de behoefte bestaat om te reageren en zich uit te spreken over ons voornemen dan stellen wij u daartoe in de gelegenheid tot – laten we zeggen – half maart.

Hoogachtend,



  • Toon Peters

    Ook van de kant van ruim 100 advocaten en ruim 100 rechtenstudenten die gevraagd werden om het intiatief van de WVvR te ondersteunen, bleef het opmerkelijk stil.
    Stechts één rechtenstudent gaf een postitieve reactie. De rest hult zich in stilzwijgen …….

  • JM Eustatia

    Een belangrijk initiatief. Ik vraag me af waarom de pers en soms ook onderzoeksjournalisten onweerlegbare bewijzen van rechterlijke corruptie onbesproken laten. Is er bij deze personen/instanties soms sprake van de euvel dat men de rechter of het instituut Rechtsspraak niet ter discussie durft te stellen of, erger nog, niet mág stellen? Hoe moet het zwijgen, waarvan ir. Toon Peters gewag maakt, anders worden verklaard? Neemt de rechterlijke macht in Nederland soms een positie in dat vergelijkbaar is met die van de RK kerk van 50 jaar geleden waarbij kritiek op de kerk, zelfs in gevallen van onweerlegbaar bewijs van misbruik, niet werd getolereerd? Ik denk dat de oplossing voor de in dit voorstel beschreven misstanden, van de pers moet komen: zonder de publicatie van enkele dappere journalisten van The Boston Globe Spotlight Investigation, zou het in wijde kring bekende, maar niettemin onder de pet gehouden misbruik in de rk kerk, nog jarenlang zijn blijven voortduren.
    Dat men op dit gebied niet veel van de politiek hoeft te verwachten, wordt bewezen door de minister van Justitie Yesilgoz, de minister van rechtsbescherming Weerwind en de Curaçaose minister van Justitie Hato, die niet eens met een ontvangstbevestiging op mijn brieven met onweerlegbare voorbeelden van de meest stuitende rechterlijke corruptie, hebben gereageerd.
    Hier MOET verandering in komen. De rechtsstaat staat immers onder druk!

  • Martine Bakx

    Meer dan 100 uitspraken over fotorechten op fotoclaim.nl waar ik wat op aan te merken heb. Ik zie rechters die tegelijkertijd (auteursrechten handhavende) advocaat zijn, rechters afkomstig van commerciële kantoren, rechters die nog partner zijn bij een kantoor.
    Journalisten zwijgen, bang voor claims van commerciële fotojagers want ook ANP doet mee.

  • yvonne valten

    Als antwoord op het wetsvoorstel verschoningsplicht rechterlijke macht het volgende:

    WEGKIJKEN ALS CULTUUR !
    Een Nederlandse ziekte?

    Een malafide, maffiose bestuurscultuur kan alleen floreren met als rugdekking een foute magistratuur.
    Vriendjespolitiek, belangenverstrengeling, fraude en corruptie, handel in invloed, netwerkcorruptie zijn ook binnen het rechtsdomein geen onbekende begrippen.
    Maar in Nederland bestaat tot op de dag van vandaag nog maar EEN heilige.
    DE RECHTER.
    Onze Lieve Heer, GOD, is van zijn voetstuk gevallen.
    Maar in een van de meest ontkerkelijkte landen ter wereld, juist in Nederland, staat de rechter op een voetstuk en wordt gezien als een heilige.
    Een Grote Heilige.
    En men bibbert van angst, niet alleen binnen de journalistiek, maar ook juist in de eigen gelederen om daar kritiek op te hebben.
    Door de anonimiteit waarin de rechterlijke macht zijn foute escapades kan uitvoeren bestaat er helaas geen bond van gedupeerden. Een soort vakbond, een soort slachtofferbond.
    Misschien wordt het tijd daarvoor.
    Want hoe dan ook. Er wordt teveel geweten. Wetenschap en kennis genoeg.
    De griffier, de secretaresse, de advocaat, het slachtoffer ofwel de gedupeeerde etc.
    Nu zelfs grote bevolkingsgroepen als de gedupeerden van de toeslagen affaire, de slachtoffers van de mijnschade, de waterschade, daarvan soms de gevolgen moeten dragen.
    En vergeet vooral niet als gevolg van het ‘Wegkijken als cultuur’ de gedupeerden van de schuldenindustrie.
    Het samenspel: rechtbank, bank met als koppelbaas de gerechtsdeurwaarder.
    Waarheidsvinding is in Nederland niet aan de orde in het rechtssysteem.
    Van een zaak komen 10 zaken, van 10 zaken komen weer 10 zaken. Inmiddels 100 zaken als gevolg van vaak slechts een zaak.
    Het verdienmodel regeert.
    Het verdienmodel, de handel floreert.

    Daarom blijven de rijen gesloten.
    Hoe dan ook, in Nederland staat een ding voorop.
    Eerst de handel, dan de moraal.
    Dus…
    De beerput zal en moet gesloten blijven.
    Dat is een typisch Nederlands verschijnsel.
    Wegkijken als cultuur is dan ook een typisch Nederlandse ziekte.
    Dat noemt men de calvinistische schijnheiligheid.
    En ook de journalistiek laat gedupeerden vaak in de steek.
    Helaas.
    Men durft ook binnen de journalistiek dit fenomeen, de liegende, bedriegende rechter niet aan.
    Incidenteel misschien, maar daar houdt het dan ook bij op.
    Het werd en wordt dan ook hoog tijd voor een actief, collectief verzet.
    En dit wetsvoorstel, verschoningsplicht rechterlijke macht, is een mooi initiatief daartoe.
    Ik heb nog wel een mooi voorbeeld voor jullie.
    Niet alleen voor wat betreft de bestuurscultuur Limburg. Die heeft vanaf 2019 uitgebreid ter discussie gestaan.
    Maar de dekmantel van deze bestuurscultuur, de escapades van het rechtsbedrijf, de magistratuur Limburg nog niet.
    Maar vooralsnog.
    Chapeau !
    Voor dit initiatief.
    Wordt vervolgd.

    Yvonne Valten
    lid Transparency International

  • Anton Weenink

    ”Wegkijken als cultuur”. Mooie en nuttige bijdrage van Yvonne Valten bij de reacties. Maar we kennen in NL ook al een schadefooitjes cultuur. Zie http://www.schadefooitje.nl Het komt mij voor dat er een sterk verband bestaat tussen de beide culturen. De uiterst zwakke schadeafwikkeling (traag of het vrijwel ontbreken ervan) in (bijvoorbeeld) de zg. aandelenlease-affaire; de woekerpolis-affaire; de Groninger aardbevingsschade; de Toeslagen-affaire spreken boekdelen. Goed initiatief zo’n verschoningsplicht voor rechters.

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *