EY gebouw

EY wijst schikking af en moet voor de rechter verschijnen: een slimme zet?

11 april 2018

Anne Scheltema Beduin

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft accountantskantoor EY voor de rechter gedaagd, bleek afgelopen woensdag tijdens een regiezitting bij de rechtbank Amsterdam. Het betreft de rol van EY in de grootschalige corruptiezaak rond het Noors-Russische telecombedrijf VimpelCom. EY heeft eerder een transactievoorstel van het OM geweigerd, bleek tijdens de zitting. In het licht van de oplaaiende discussies omtrent schikkingen is dit een interessante zet. Maar is het ook een slimme? Waarom EY een schikking met het OM heeft geweigerd is onduidelijk. EY wordt beschuldigd ongebruikelijke transacties door het bedrijf VimpelCom ‘te laat, onvolledig, of niet’ gemeld te hebben bij de FIU, aldus het OM. Naast EY doet het OM ook nog onderzoek naar ING, voor een vergelijkbare rol in het Oezbeekse corruptieschandaal.

De onderliggende corruptiezaak draait om de omkoping van de Oezbeekse Gulnara Karimova, dochter van de voormalig Oezbeekse president Islam Karimov. Uitgebreid onderzoek van Amerikaanse en Nederlandse opsporingsdiensten heeft getoond dat VimpelCom honderden miljoenen euro aan steekpenningen heeft betaald om toe te kunnen treden tot de telecommarkt in Oezbekistan. VompelCom schikte de zaak begin 2016 met het OM voor 397,5 miljoen euro, de hoogste transactie ooit betaald in Nederland. Het betrof naast ambtelijke omkoping ook valsheid in geschrifte. Het bedrijf moest onder meer hier een schikking treffen omdat het hoofdkantoor om fiscale redenen in Nederland is gevestigd. Ook in Amerika, waar het bedrijf aan de beurs is genoteerd, betaalde VimpelCom 397,5 miljoen dollar voor de schikking. Na de affaire wijzigde het bedrijf de naam in 2017 in Veon.

Ook het Zweeds-Fins telecombedrijf Telia heeft op vergelijkbare wijze de telecommarkt in Oezbekistan betreden en heeft inmiddels geschikt met het OM voor een bedrag van 274 miljoen dollar. Om toetreding tot de Oezbeekse telecommarkt te regelen, kochten VimpelCom en Telia via een in Gibraltar gevestigde brievenbusfirma (Takilant Ltd.) de dochter van de voormalige Oezbeekse president Karimov om. Gulnara Karimova, toentertijd Oezbeekse diplomate bij de Verenigde Naties, bleek de uiteindelijke belanghebbende (oftewel ultimate beneficial owner, UBO) achter Takilant te zijn. Door haar toedoen kregen VimpelCom en Telia uiteindelijk de benodigde telecomlicenties.

Verantwoordelijkheid faciliterende bedrijven

Het voornaamste verwijt van het OM is dat EY betalingen door VimpelCom in deze corruptiezaak ‘te laat, onvolledig, of niet’ heeft gemeld als ongebruikelijke transacties. In totaal gaat het volgens het OM om acht transacties van in totaal 120 miljoen dollar. Dat geld belandde via VimpelCom of dochterbedrijven bij een brievenbusfirma op Gibraltar die op naam stond van de assistent van Karimova. Het geld werd overgeboekt door verschillende banken, waaronder ING. Het OM onderzoekt ook de rol van die bank in de affaire.

EY laat weten dat het bedrijf het niet eens is met het OM. “Daarom verwelkomen we ook een rechtszaak, zodat de rechter hierover kan oordelen.” EY brengt in dat een aantal van de omstreden transacties niet “onder de reikwijdte” van EY vielen omdat VimpelCom toen nog geen klant was. ‘Een aantal andere transacties hebben we zorgvuldig onderzocht, dat kost tijd. En toen uit dat onderzoek bleek dat we melding moesten doen, hebben we dat gedaan. EY heeft zijn werk goed gedaan”, aldus de woordvoerder. De rechtbank Amsterdam schorste de zaak afgelopen woensdag voor onbepaalde tijd.

Liever niet schikken – maar de confrontatie in de rechtbank?

Vorige week verscheen in FD een opiniestuk van Madelon Stevens, advocaat bij JahaeRaijmakers. Zij gaat onder te titel ‘Liever naar de rechter dan veroordeeld door het Openbaar Ministerie’ in op de vraag in hoeverre een transactie nog voordelen biedt ten opzichte van een procedure voor de rechter. Dit is, zeker in het licht van de uitzending van Zembla ‘Zakendoen met Justitie‘, een interessante ontwikkeling.

Waar schikken eerst nog als een onderonsje werd gezien tussen bedrijven en het OM verschuift nu dus mogelijk langzaam dat beeld. “De tijd dat een transactie het afkopen van een strafvervolging zónder erkenning van schuld inhield lijkt voorbij. Het OM wil dat de verdachte ook bij een transactie altijd het boetekleed aantrekt. Daarnaast stelt het OM verdergaande voorwaarden aan een transactie, zoals blijkt uit de publicatie over ING van wie het OM inzage wil in toekomstige integriteitsrisico’s”, schrijft Stevens. Ook kan hierbij gedacht worden aan de voorwaarde van de schikking met VimpelCom,

Zij wijst er verder terecht op dat de negatieve publiciteit, reputatierisico’s en hoge kosten die bij een slepende rechtszaak komen kijken, niet geheel vermeden worden wanneer met een transactie de (verdere) vervolging afgekocht wordt. Ook het vooronderzoek kan de nodige negatieve publiciteit meebrengen, evenals berichten in jaarrapporten en bedragen die gereserveerd worden door bedrijven om de toekomstige schikkingen te bekostigen. Tot slot is er nog het persbericht en feitenrelaas dat tegenwoordig de schikkingsovereenkomst begeleidt. Het persbericht is geen formele voorwaarde van de transactie, en kan dus moeilijk door de verdachte aangevochten worden: het gaat om een beleidsbepaling van het OM, waarin wordt aangegeven dat het uitgaan van een persbericht een consequentie is van het aangaan van de transactie.

Stevens vindt dat een procedure voor de rechter die aan waarheidsvinding doet en aandacht heeft voor juridische verweren ruimte biedt voor een tegengeluid. Ook zijn volgens haar de transactiebedragen doorgaans vele malen hoger dan de boetes die een rechter bij een veroordeling voor vergelijkbare feiten oplegt.

Hoogte van de boete in buitenlandse corruptiezaken

Dit laatste argument is vooralsnog lastig aan te tonen: er zijn nog te weinig zaken ten aanzien van buitenlandse omkoping voor de rechter geweest om hier een duidelijke lijn te ontwaren. De zaak tegen Takilant Ltd. leverde een veroordeling van 1,58 miljoen euro boete en een ontneming van 123 miljoen euro. Tevens werd beslag gelegd op 6% van de aandelen van Takilant in een dochterbedrijf van Telia, waarvan de exacte waarde onbekend is. Al met al komt ook deze zaak op een flink bedrag uit, met de kanttekening dat het hier om passieve omkoping gaat en het een niet Nederlandse postbusfirma betreft. Wanneer we overigens kijken naar bedragen van omkoping binnen Nederland wordt het beeld dat Stevens schetst bevestigd: het totale bedrag is nooit hoger geweest dan 12 miljoen euro (Pon).

Als we bij zaken die buitenlandse corruptie betreffen de verschillende bedragen ontleden, lijkt dus met name het boete element van de straf vele malen lager te liggen bij de rechter dan wanneer een transactie plaatsvindt. Bij VimpelCom en Telia was het boete-element van de schikking 100 miljoen dollar, terwijl het bij Takilant Ltd. 1,58 miljoen euro betrof. Toch is het zo dat het OM gebonden is aan de wettelijke bepalingen omtrent de hoogte van boetes, of niet? Welk boetebedrag kan de rechter eigenlijk opleggen?

Hiervoor moeten we kijken naar de wetswijziging die per 1 januari 2015 is doorgevoerd, om mogelijkheden voor de bestrijding van financieel-economische criminaliteit (waaronder corruptie) te verruimen (artikel 23, lid 7 Wetboek van Strafrecht): “Indien voor het feit een geldboete van de zesde categorie kan worden opgelegd en die boetecategorie geen passende bestraffing toelaat, kan een geldboete worden opgelegd tot ten hoogste tien procent van de jaaromzet van de rechtspersoon in het boekjaar voorafgaande aan de uitspraak of strafbeschikking.”

Voor corruptiefeiten geldt dus dat het mogelijk is dat de rechter een boete oplegt (dus los van de eventuele ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en verbeurdverklaring) van ten hoogste tien procent van de jaaromzet van de rechtspersoon in het boekjaar voorafgaande aan de uitspraak of strafbeschikking. De ruimte van de rechter is dus groot – het is de vraag of hij die ook zal gebruiken. Bovendien is het de vraag of de rechter zich hierbij laat beïnvloeden door de hoogte van de boetes die het OM in de transactie heeft aangeboden – om daarmee een meer eenduidig beeld te creëren. Uiteraard speelt ook de eis van het OM ter zitting een rol.

De auteur van dit artikel, Anne Scheltema Beduin, is directeur van Transparency International Nederland.



Geef uw menig

Your email address will not be published. Required fields are marked *