Photo: Den Haag 29 november 2019. Rechtsstaatconferentie: Vrijdag 29 november organiseert de NVvR een conferentie in het Vredespaleis over de bedreigingen van de Nederlandse rechtsstaat. In het ochtendprogramma komen diverse sprekers aan het woord, onder wie de president van het Poolse hoger gerechtshof, mevrouw Gersdorf. ’s Middags kunnen de deelnemers actief meepraten over het belang van grondrechten, de houdbaarheid van de machtenscheiding, het belang van onafhankelijke rechtspraak en de dilemma’s die het streven naar veiligheid met zich meebrengt. Foto Martijn Beekman /NVvR

De Minister van Rechtsbescherming verdient een les in Staatsrecht

06 december 2019
Kennisbank

Paul Duinkerken RA

De antwoorden van Minister Dekker op de stellingen van de conferentie “Stresstest rechtstaat” van de NVvR van 29 november jongstleden zijn onthutsend en tonen naast gebrek aan kennis een gebrek aan respect. Kort samengevat: democratisch gekozen legitimeert – zoals de Minister begrepen kan worden – overtreding van staatsrechtelijke regels. De uitspraak “rechter gaat op stoel van politiek zitten” is demagogisch / populistisch en zet rechterlijke macht onterecht in kwaad daglicht. De rechterlijke macht is zeer terughoudend om uitspraak te doen in politiek beladen zaken, maar wordt daar steeds meer toe gedwongen doordat de wetgevende macht om politieke redenen steeds grotere hiaten laat liggen in de kwaliteit van wetgeving. Gebrek aan kennis van de Minister blijkt hieruit dat de Minister zich niet lijkt te beseffen dat een democratische rechtsstaat twee onafhankelijke pijlers heeft: een democratisch gekozen wetgevende macht, en een benoemde vaktechnische rechterlijke macht. 

De democratie vertegenwoordigt de waan van de dag en de rechterlijke macht beschermt de waarborgen. Zo simpel zijn de taken verdeeld. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht is niet alleen een bescherming voor de rechtzoekenden, maar ook jegens de andere staatsmachten. Hoewel het percentage vertrouwen in rechters te laag ligt met 70%, ligt het wel  bijna twee keer zo hoog als het vertrouwen in politici die het met 40% moeten doen.

Vergelijk accountancy met rechterlijke macht

Nu ben ik accountant, en geen staatsrechtjurist. Staatsrecht en accountancy delen minimaal één fundamenteel begrip. In het staatsrecht heet dat “trias politica”, scheiding der machten. In essentie is dat vergelijkbaar met de controle technische functiescheiding in de accountancy. De opzet, bestaan en werking van controle technische functiescheiding in de Administratieve Organisatie en Interne Controle (AO-IC) is een voorwaarde voor het verlenen van een goedkeurende accountantsverklaring.

Natuurlijk werkt een organisatie goedkoper en sneller als ze geen functiescheiding hoeft aan te houden, maar het zet de deur wijd open voor fraude. De schadepost van de efficiency is voorspelbaar hoger dan de besparing. Eenzelfde fenomeen doet zich voor in het staatsbestel. De afnemende scheiding tussen wetgevende en uitvoerende macht leidt tot schade aan de democratie. Resultaat is het lage vertrouwen van 40%, maar ook in dalende opkomst bij verkiezingen, dalende ledenaantallen bij politiek partijen en minder vrijwilligers. De reputatieschade van het efficiënt regelen in de achterkamertje is zeer groot. Verborgen liefdespaartjes regelen op eenzelfde wijze zaken in hun organisatie, waaronder bevoordeling van bevriende partijen bij aanbestedingen. Het Openbaar Ministerie is al tijden verlamd door interne schandalen. Lokale bestuurders volgen het voorbeeld van de top, getuige het toenemende aantal integriteitskwesties op provinciaal en gemeentelijk niveau. En ambtenaren volgen het voorbeeld van hun leiding, zie bijvoorbeeld de Toeslagenzaak bij de Belastingdienst. Zulke schandalen staan niet op zich zelf, in de doofpotten zitten er nog veel meer. Ondanks alle gevaren en gevolgen waaraan klokkenluiders bloot staan gaan er telkens doofpotten open omdat integere mensen het niet langer kunnen aanzien.

Politici en kartelvorming

De vele integriteitsschandalen onder politici, met name van één regeringspartij zouden in bedrijfsleven beschouwd worden als onaanvaardbare reputatieschade. De Bijbelse principes inzake rechtvaardigheid van drie zich christelijk noemde partijen blijken geen belemmering te vormen om in te stemmen met het kabinetsbeleid. Het coalitieakkoord bestaat in het staatsrecht niet en zou weleens ongrondwettelijk kunnen zijn gezien de wetsregel “zonder last stemmen”. De fractiediscipline is een openlijke vorm van “met last stemmen”. Coalitie en fractiediscipline zijn vergelijkbaar met kartelvorming in bedrijfsleven. De anti-kartelregels toepassen op coalitie en vooroverleg tussen regering en fractievoorzitters is gezien “zonder last stemmen” en de scheiding der machten” staatsrechtelijk zuiverder.

Gezien deze vele staatsrechtelijke onzuiverheden die de politici begaan tussen wetgevende en uitvoerende macht pleit dat ter bescherming van rechtstaat om van de Rechterlijke Macht een Hoog College van Staat te maken. De Minister toonde op dit punt zijn gebrek aan kennis. Volgens de Minister heeft een Hoog College van Staat geen toegevoegde waarde, want de Minister blijft verantwoordelijk en voor de begroting zou het niets uit maken.

Hoog College van Staat

Echter, er is geen enkele Minister politiek verantwoordelijk voor Hoog College van Staat. En ook niet voor de begroting van een Hoog College. En dus ook niet voor de verantwoording of de inrichting van de organisatie zoals benoemen van besturen van Rechtbanken en Hoven casu quo inrichting Openbaar Ministerie in het geval van Rechterlijke Macht. Een Hoog College van Staat is echte scheiding der machten zoals grondwettelijk bedoeld.

Het is niet van belang of de Minister daadwerkelijk druk uitoefent op de Rechterlijke macht. Het gaat erom dat het onwenselijk is dat de Minister de mogelijkheden heeft om druk te kunnen uitoefenen. Zie de ontwikkelingen in Polen maar ook gedachtig aan de in 1933 democratisch gekozen NSDAP in Duitsland. De Minister van Rechtsbescherming wil gezien de antwoorden vasthouden aan de macht die ze heeft, en niet aan het bieden van waarborgen voor een democratische rechtsstaat. De Minister verwoordt de beweegredenen van zijn politieke partij: behouden van macht. De Trias Politica is al verschoven naar Duas Politica en beweegt zich richting Unitas Politica*.

Die ontwikkeling is zeer ongewenst. De politiek kan bewijzen dat ze staatsrechtelijk zuiver wil zijn door zo snel mogelijk van Rechterlijke Macht een Hoog College van Staat te maken. De grondwetswijziging kan dan gelijk mee met de verkiezingen van 2021. De onverschillige houding van de Minister toonde zich ook in het aanspreken van personen op de conferentie. “Alexander” in plaats van “mr. Brenninkmeijer” getuigt van gebrek aan omgangsvormen en respect. En de antwoorden van een gebrek aan respect voor de democratische rechtsstaat.

*Unitas Politica, door mr. A. Brenninkmeijer dd 20 januari 2012 in NJB 2012/03.

  • Caroline Raat

    Het zou een wereldwijd unicum zijn als de rechtspraak zelf een Hoog College van Staat zou worden, en niet voor niets. De trias politica is een rechts/politiek-filosofische gedachte van Montesqieue, die nergens ter wereld ook echt is doorgevoerd. Wel is in democratische landen een staatsrechtelijk machtsevenwicht ingericht. Of dat altijd voldoende is, is een andere vraag.

    Belangrijk is dat, net als in alle democratische rechtsstaten, de (onafhankelijkheid van de) Nederlandse rechtspraak geregeld is in de Grondwet (Hoofdstuk 6). Dat er mogelijk problemen zijn, ligt daar dus niet aan. De Raad voor de rechtspraak is in de Grondwet niet geregeld, en daarover is wel eens discussie geweest of die geen Hoog College van Staat zou moeten zijn. De leden ervan worden benoemd door de Minister.

    De Raad voor de rechtspraak is geregeld in art 84 e.v. van de Wet op de rechterlijke organisatie, en deze houdt zich bezig met bedrijfsvoeringszaken (verdeling van middelen, huisvesting, automatisering, etc), maar ook met opleiding, werving en selectie en het bieden van ‘ondersteuning aan activiteiten van de gerechten’ (rechtbanken, hoven, etc) die ‘gericht zijn op uniforme rechtstoepassing en bevordering van de juridische kwaliteit.’ De Raad mag zich niet bezig houden met processuele behandeling en inhoudelijke beoordeling van zaken. De Raad is ook adviescollege voor de regering.

    Kortom: de Raad voor de rechtspraak doet nogal wat en is rechtsstatelijk moeilijk te duiden. Daarvoor is een Hoog College van Staat niet per se nodig en een Grondwetswijziging ook niet. De Wet op de rechterlijke organisatie zou desgewenst kunnen worden aangepast, waarbij benoeming en inhoudelijke taken tegen het licht kunnen worden gehouden.

    Het is niet zo dat ‘de democratie de waan van de dag vertegenwoordigt en de rechterlijke macht de waarborgen’. Die stelling doet zowel de democratie als de rechterlijke macht tekort. De rechterlijke macht in Nederland is belast met rechtspraak in zaken die partijen (behalve in het strafrecht) aanbrengen. Niet meer en niet minder; het gaat om individuele casus. Anders dan vrijwel alle rechtsstaten kent Nederland namelijk geen grondwettelijk hof en mogen rechters niet aan de Grondwet toetsen (wel aan mensenrechtenverdragen, wat ook veelvuldig gebeurt). Daarvoor zou een Grondwetswijziging wel noodzakelijk zijn.

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *