De faillissementswet en het principe dat de curator betaald moet worden uit de boedel

03 april 2021

Jacob Vlaar

Zoals bekend leveren veel failliete boedels niets op; de boedel is leeg. De opkoper haalt de rommel op, soms geeft de bank de curator een boedelbijdrage om iets af te regelen en de boeken worden gesloten met weinig profijt voor de achtergebleven schuldeisers. De rechter-commissaris is niet blind en ziet dat ook gebeuren. Ik heb evenwel sterk de indruk dat bij de faillissementen waar wel wat te halen valt, de boedel wordt verdeeld onder de opkoper, curator en de bank. De rechter-commissaris kan niet anders dan dit goedkeuren. Als dit niet meer zou kunnen casu quo mogen, dan worden de lege boedels niet meer opgeruimd. Het resultaat is dat de schuldeisers nagenoeg niets meer krijgen en de groep insiders hangt samen in het ‘complot’. Ze weten van elkaar dat het eigenlijk formeel niet kan kloppen en om zeer veel activa af te voeren moet er soms ‘geïmproviseerd’ worden. Ik heb sterk de indruk, bevestigd door de Stichting Meldpunt MORES en de landelijke Fraudehelpdesk, dat dit op grote schaal plaats vindt. Sterker nog: er zijn bewijzen dat deze groep elkaar verder in de greep houdt en behoefte heeft aan meer omzet en elkaar helpt om meer bedrijven zonder noodzaak of gemanipuleerd in een faillissement te brengen, teneinde de activa te verdelen.

Ik heb dit ontdekt in de onderzoeken naar meerdere faillissementen zoals van de firma V. & Zn. Een bedrijf met activa van 20 miljoen en een schuld van 3,6 miljoen. Ik kan aantonen dat dit bedrijf failliet moest om een fraude van meer dan 100 miljoen euro te verhullen. Het systeem om daarna de activa weg te werken blijkt al jarenlang met succes toegepast te worden. Ik nodig u uit het dossier te lezen en te besluiten of dit een misstand is van maatschappelijk belang of niet.

Opgemerkt dient te worden dat in dit geval de curatoren en vooral de betrokken advocaat getraind zijn om een ‘rafeltje’ te ontdekken waar ze een procedure aan op kunnen hangen.  In de ogen van sommigen wordt dat gebruikt om een schikking richting boedel af te dwingen. In de ogen van anderen alleen bedoeld om uren te maken en de boedel te vullen. In de ogen van weer anderen om geldstromen aan te sturen.

Ik besef dat ik hiermee de vraag stel of er niet teveel vertrouwen wordt gesteld in alle advocaat-curatoren. Het kleuren van informatie en het opzoeken van de grenzen van de waarheid of halve waarheden is van alle tijden en een lastige hobbel voor iedere rechter. Maar er is voor advocaten wel een gedragsregel waaruit geconcludeerd kan worden dat deze een onderzoeksplicht hebben en zeker geen onwaarheden bewust in het dossier mogen brengen.

In het strafrecht is het een veel voorkomend verschijnsel dat de echte verdachte zich als eerste bij de politie presenteert maar wel als slachtoffer en vervolgens wordt diens aangifte opgenomen. Het proces wordt daarmee ten gunste van de echte verdachte omgedraaid. De politie beschouwt het slachtoffer vervolgens als verdachte en voegt het verleden van het slachtoffer er bij. Het echte slachtoffer mag vervolgens geen aangifte doen en de echte dader wordt niet als verdachte gehoord en zijn verleden blijft buiten beeld.

De controle op het handelen van curatoren wordt over het algemeen als beperkt beschouwd. Het gevolg is dat onwaarheden negatief kunnen doorwerken voor de failliet die dan met deze enorme achterstandspositie qua informatie het bijna altijd verliest. De suggestie dat er iets strafbaars gepleegd is, is vaak de aanleiding geweest van het opzeggen van krediet.

We kunnen dit benoemen als een een-tweetje.

De auteur Mr. Jacob Vlaar is voormalig advocaat.

Foto: op 19 februari 1985 werd door de Rechtbank Amsterdam de ADM (Amsterdamsche Droogdok Maatschappij) failliet verklaard.

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *