DNB ziet inflatiespook nog niet opdagen…

17 augustus 2022

Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) zijn op dit moment geen aanwijzingen dat de inflatie via loonstijgingen en een zichzelf versterkende loon-prijsspiraal gaat leiden tot langdurig aanhoudende hoge inflatie. De inflatie is in Nederland afgelopen snel gestegen naar bijna 12% in juli, een forse aanslag op de koopkracht. Voor werknemers kan dit koopkrachtverlies ten minste deels worden goedgemaakt met loonstijgingen. De contractuele loongroei neemt al geleidelijk toe, zowel door de hoge inflatie als door de krappe arbeidsmarkt. Bedrijven zullen de stijgende loonkosten op hun beurt voor een deel doorberekenen in hun prijzen. Deze wisselwerking tussen lonen en prijzen draagt bij aan het herstel van het macro-economische evenwicht,  maar loon- en prijsstijgingen kunnen onverhoopt ook ontsporen in een zichzelf versterkende spiraal. Met als gevolg langdurig hoge inflatie en druk op het nationaal inkomen. Volgens DNB zijn hier echter op dit moment geen aanwijzingen voor.

De groei van de contractlonen blijft nog sterk achter bij de inflatie, maar is wel aan het toenemen. Na een loonstijging van 2,1% vorig jaar, raamde DNB de loongroei voor dit jaar op 3,2%. De toenemende loongroei heeft allereerst te maken met de erg krappe arbeidsmarkt. De Nederlandse werkloosheid is nog steeds zeer laag en in verschillende bedrijfstakken is er een tekort aan personeel. Daarnaast stijgen lonen door de inflatie, die vooral het laatste half jaar sterk is toegenomen. Die inflatie speelt steeds meer een rol in de cao-onderhandelingen, omdat werknemers voor hun koopkracht naar het reële loon kijken, dat wil zeggen het loon gecorrigeerd voor de hogere prijzen. Op dit moment is de inflatie vooral het gevolg van hogere energieprijzen en andere productiekosten, zoals voor grondstoffen en transport. Hoewel deze prijzen nog langdurig hoog kunnen blijven, is de verwachting gerechtvaardigd dat de sterke stijging van voedsel- en energieprijzen op den duur stopt. De inflatie zal daarmee ook afnemen, wat dan weer een dempend effect op de loongroei heeft.

Loon-prijsspiraal

Het is echter mogelijk dat de toekomstige loongroei ook nog hoog blijft nadat de inflatie alweer is gedaald. Deze mogelijkheid ontstaat bijvoorbeeld doordat cao’s gewoonlijk voor meerdere jaren worden afgesproken, waarbij de afgesproken loongroei kan zijn gebaseerd op een inflatie die inmiddels is afgenomen. Een andere mogelijke oorzaak is dat loonafspraken worden beïnvloed door de verwachte inflatie. In een tijd van hoge inflatie kan de verwachting ontstaan dat de inflatie ook de komende tijd hoog blijft, zodat cao’s daar via de lonen al een voorschot op nemen. Bedrijven worden dan langer met kostenstijgingen geconfronteerd; niet meer primair door stijgende energieprijzen, maar doordat ze hogere loonstijgingen hebben afgesproken. Ook die loonkostenstijging zullen zij voor een deel moeten doorberekenen in hun afzetprijzen, wat een extra impuls aan de inflatie geeft. Voor werknemers verslechtert de koopkracht dan verder, met opnieuw hogere looneisen tot gevolg. In zo’n loon-prijsspiraal ontstaat een langdurig hoge inflatie, doordat loongroei en inflatie elkaar blijven versterken. In plaats van bij te dragen aan het herstel van economisch evenwicht, kan dit evenwicht dan juist door de hoge loonstijgingen worden verstoord.

Prijscompensatie

Het risico op een loon-prijsspiraal kan worden beheerst door in loonafspraken (of cao’s) af te zien van automatische prijscompensatie. Bij een automatische compensatie gaan de lonen contractueel omhoog met het inflatiepercentage van bijvoorbeeld het afgelopen jaar of halfjaar. In de jaren 70/80 was deze automatische loonkostenstijging voor bedrijven een belangrijke oorzaak van stagflatie, waarbij langdurig hoge inflatie samengaat met werkloosheid en krimp van de economie. Dit kwam onder andere doordat de loonvorming door de automatische prijscompensatie minder flexibel was. Bij een onverwachte macro-economische terugval, waarbij bedrijven met dalende omzet kampen, kunnen lagere reële lonen bijdragen aan evenwichtsherstel op de arbeidsmarkt. Echter, doordat de gerealiseerde inflatie bij automatische prijscompensatie een bodem legt onder de loongroei, kunnen de reële lonen minder goed reageren op de nieuwe economische omstandigheden. Gezien het huidige, zeer geringe aantal cao’s met automatische prijscompensatie is hier tot nu toe nauwelijks sprake van.

Hogere nominale loongroei draagt bij aan het macro-economische evenwicht, en het is dan ook begrijpelijk dat werknemers voor koopkrachtherstel in eerste instantie rekenen op hogere lonen (hoewel dat niet in elke bedrijfstak in dezelfde mate kan). Daarbij moet wel worden voorkomen dat loonstijgingen op zichzelf een oorzaak worden van langdurig hoge inflatie, bijvoorbeeld via automatische prijscompensatie. Als de prijzen én de lonen in dezelfde mate doorstijgen, blijft de koopkracht onveranderd of kan deze zelfs dalen, doordat de concurrentiepositie en het nationaal inkomen onder druk komen te staan.

Bron: DNB

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *