Banken en andere financiële instellingen hebben opnieuw een vergunning gekregen van de Autoriteit Persoonsgegevens om gegevens van personen die een dreiging vormen voor het financiële stelsel met elkaar te delen. De voorwaarden waarop dat mag staan in het vernieuwde Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI) dat met ingang van 1 april 2026 van kracht is en het voorgaande PIFI vervangt. Hierdoor kunnen banken en andere financiële instellingen elkaar blijven waarschuwen voor fraude en criminaliteit in de financiële sector.
Het waarschuwingssysteem stelt banken in staat om na te gaan of (potentiële) klanten of (ex)medewerkers een dreiging vormen. Bijvoorbeeld als die persoon al eerder bij een bank heeft gefraudeerd. Op deze manier kan worden voorkomen dat die persoon het nog een keer probeert bij een andere bank. Het waarschuwingssysteem vormt daarmee een belangrijk instrument voor banken om hun maatschappelijke rol in het bestrijden van fraude en criminaliteit uit te voeren.
Banken beseffen dat opname in het waarschuwingssysteem ingrijpend is. Daarom maken zij een zorgvuldige afweging voordat een (rechts)persoon wordt opgenomen in het waarschuwingssysteem. Ook wegen ze zorgvuldig af hoe lang dat nodig is. Alle omstandigheden worden daarbij meegewogen, bijvoorbeeld de leeftijd en of iemand zelf onder druk is gezet om fraude te plegen. De regels hiervoor zijn vastgelegd in het PIFI.
Het nieuwe PIFI vervangt de versie uit 2021. In het nieuwe PIFI staat duidelijker omschreven welke financiële instellingen kunnen deelnemen aan het waarschuwingssysteem. Daarnaast is vastgelegd dat er jaarlijks wordt gecontroleerd of het waarschuwingssysteem goed werkt en of de deelnemende instellingen zich aan de regels houden. Het nieuwe PIFI geldt nu acht jaar, dat was voorheen vijf jaar.
Er is banken veel aan gelegen om fraude te voorkomen en misbruik van het financiële stelsel tegen te gaan. Een waarschuwingssysteem is daarbij essentieel om te zorgen dat misbruikpogingen worden onderkend en niet leiden tot verdere schade bij andere banken. Het is ook van maatschappelijk belang, omdat fraude en misbruik rechtsreeks kunnen leiden tot benadeling van klanten en ten koste kunnen gaan van het vertrouwen in het financiële stelsel.
Bron: NVB

