AFM boete voor ABR nu definitief

16 november 2015

Op 6 juli 2015 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) geoordeeld dat de boete die de Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft opgelegd aan ABR Financial B.V. (ABR) rechtmatig was en het hoger beroep van ABR ongegrond verklaard. De AFM had namelijk op 17 juli 2012 een bestuurlijke boete van €50.000,- opgelegd aan ABR te Amsterdam, omdat ABR in de periode van 28 juni 2011 tot 12 september 2011 niet tijdig heeft voldaan aan haar transactierapportageverplichting.


De Wet op het financieel toezicht (Wft) verplicht beleggingsondernemingen die transacties verrichten in beursgenoteerde financiële instrumenten, de gegevens over deze transacties te melden aan de AFM. Dit moet zo spoedig mogelijk gebeuren, maar uiterlijk aan het einde van de volgende werkdag. De AFM gebruikt de gerapporteerde transacties om marktmisbruik op te sporen en op die manier de eerlijke en efficiënte werking van kapitaalmarkten te bevorderen, zodat beleggers hierop kunnen vertrouwen.
ABR had reeds op 9 mei 2011 een formele waarschuwing van de AFM gekregen voor overtreding van de transactierapportageverplichting. Enkele maanden daarna heeft de AFM vastgesteld dat ABR haar transacties opnieuw te laat had gemeld. ABR had namelijk pas op 12 september 2011 transacties gemeld die zij had verricht in de periode van 28 juni 2011 tot 12 september 2011. ABR had deze transacties bovendien niet uit zichzelf gemeld, maar naar aanleiding van vragen van de AFM. ABR heeft door de transacties niet (tijdig) te melden artikel 4:90e, derde lid, Wft overtreden. Het basisbedrag voor deze overtreding is €500.000,-. Bij het bepalen van de hoogte van de boete heeft de AFM de ernst en duur van de overtreding, de verwijtbaarheid, de omvang en de draagkracht van ABR in overweging genomen. De boete is lager vastgesteld op basis van de omvang van ABR.
Op 8 januari 2013 heeft de AFM het door ABR aangetekende bezwaar ongegrond verklaard en het boetebesluit in stand gelaten. ABR heeft vervolgens tegen dit besluit beroep en hoger beroep ingesteld, maar de rechtbank Rotterdam en het CBb hebben respectievelijk op 27 februari 2014 en op 6 juli 2015 de boete in stand gelaten en het (hoger) beroep van ABR ongegrond verklaard. Nu geen beroep meer mogelijk is tegen het besluit, is de boete definitief geworden.

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *