De Nederlandse anti-witwasaanpak staat onder druk. In een nieuw rapport concludeert de Algemene Rekenkamer dat banken veel capaciteit inzetten om witwassen te bestrijden, terwijl er tegelijkertijd beperkt inzicht is in de daadwerkelijke resultaten van deze inspanningen. Voor de financiële sector is de boodschap van het rapport minder dat controles moeten worden afgebouwd, en meer dat de huidige aanpak zijn grenzen bereikt.
De afgelopen jaren is de anti-witwasaanpak sterk uitgebreid. Banken zetten inmiddels naar schatting ongeveer 13.000 medewerkers in om witwassen te bestrijden. Tegelijkertijd is het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties sterk gestegen. Banken doen inmiddels ruim een half miljoen meldingen per jaar. Maar volgens de Rekenkamer ontbreekt een cruciale vraag in het huidige systeem: leiden al deze controles ook tot betere opsporing of preventie van witwassen?
Van opschalen naar optimaliseren
De belangrijkste implicatie van het rapport is dat de anti-witwasaanpak waarschijnlijk een nieuwe fase ingaat. De afgelopen tien jaar lag de nadruk op het opschalen van controles. Banken investeerden massaal in compliance-afdelingen, monitoring en klantonderzoek. Het rapport suggereert dat de volgende stap niet noodzakelijk meer controles zijn, maar betere en gerichtere controles.
Dat betekent onder meer:
-
meer nadruk op risicogebaseerde besluitvorming
-
meer aandacht voor kwaliteit van meldingen in plaats van volume
-
betere samenwerking in de keten van banken, toezichthouders en opsporingsdiensten
Kwaliteit van meldingen wordt cruciaal
Voor de effectiviteit van het systeem zijn meldingen aan de Financial Intelligence Unit (FIU) essentieel. De Rekenkamer constateert echter dat de kwaliteit van meldingen tussen banken sterk varieert en dat deze kwaliteit nauwelijks systematisch wordt geanalyseerd. Dat kan gevolgen hebben voor hoe opsporingsdiensten witwaspraktijken detecteren. Voor instellingen betekent dit dat de focus mogelijk verschuift van kwantiteit naar kwaliteit van meldingen.
Toenemende aandacht voor proportionaliteit
Een tweede implicatie is dat proportionaliteit in toezicht en compliance waarschijnlijk een belangrijker thema wordt. Volgens het rapport ervaren bepaalde groepen klanten — zoals politiek prominente personen en religieuze instellingen — relatief zware controles. Daarnaast ziet de Rekenkamer aanwijzingen dat meldingen relatief vaak betrekking hebben op personen met een buitenlands klinkende achternaam. Hoewel dat niet automatisch discriminatie betekent, laat het rapport zien dat het huidige systeem onvoldoende kan aantonen dat dergelijke verschillen risicogebaseerd zijn.
Dat kan leiden tot meer aandacht voor:
-
fairness en bias in monitoring-systemen
-
proportionaliteit van klantonderzoek
-
governance rond risicomodellen
Europese ontwikkelingen veranderen het speelveld
De discussie komt op een moment dat Europa de anti-witwasregels hervormt. Vanaf 2027 verandert onder meer het meldsysteem en zal een nieuwe Europese toezichthouder — de Anti-Money Laundering Authority (AMLA) — een rol krijgen in het toezicht op financiële instellingen.
Voor banken en andere financiële instellingen betekent dit dat de komende jaren niet alleen in compliancecapaciteit moet worden geïnvesteerd, maar ook in effectiviteitsmeting, data-analyse en risicogestuurde monitoring.
Een verschuivend debat
De kernboodschap van het rapport is daarmee breder dan alleen kritiek op de huidige aanpak. Het rapport markeert vooral een verschuiving in het debat over witwasbestrijding: van de vraag of instellingen genoeg doen, naar de vraag of het systeem aantoonbaar werkt. Voor de financiële sector betekent dat dat compliance in de toekomst waarschijnlijk niet alleen beoordeeld zal worden op naleving van regels, maar steeds vaker ook op de effectiviteit van de gekozen aanpak.

