Wilbert Tomesen: ” ‘Klokkenluider for life’ is echt geen benijdenswaardige positie”

10 november 2020
Kennisbank

Caroline Raat

In Utrecht staat een huis. Aan de Maliebaan. Het is niet zomaar een huis, maar de woning van Marie-Anne Tellegen, ook wel ‘Dr. Max’ genoemd. Zij nam in 1942 ontslag bij de gemeente Utrecht toen daar een NSB-burgemeester werd neergezet door de Duitsers. Daarna raakte zij betrokken bij het verzet. Op Maliebaan 72 woonde een dappere vrouw. En dus was het welhaast historische noodzaak dat hier het Huis voor Klokkenluiders werd ondergebracht. De voorzitter van het Huis, mr. Wilbert Tomesen, gaf Caroline Raat een exclusieve virtuele rondleiding voor het Risk & Compliance Platform Europe door het gebouw. Zij maakte kennis met de bewoners van de verschillende verdiepingen. Het werd een gesprek over dappere melders, de noodzaak om die te beschermen en de tanden te laten zien. Over het weerbarstige proces van het reconstrueren van feiten. Er zijn nog wel wat wensen voor de verbouwing van het Huis. 

Je kunt je je eerste werkdag waarschijnlijk nog herinneren, toen je naar het huis reed. Wat dacht je toen je ervoor stond en voor het eerst naar binnen ging daar?

Wilbert Tomesen: “Ik verbaasde me erover dat het op een woonhuis leek. Daar kijk je toch van op, zeker als je zolang al in een ambtelijke omgeving hebt gewerkt. Ik werd naar de gemeenschappelijke ruimte geleid, de ‘huiskamer’. In die huiskamer kwam iedereen samen om kennis met mij te maken. De eerste beelden dus die nu terugkomen? Huiselijk en klein – een echt Huis inderdaad. Ik herinner me ook nog dat ik voor het eerst de trap naar boven nam. Met op de eerste etage de adviseurs van het Huis, een klein team dat werknemers adviseert die overwegen een misstand te melden of een misstand hebben gemeld. En daardoor problemen ondervinden. Dat zijn vaak lastige, ingrijpende en langdurige trajecten die een zware wissel trekken op de melder. En niet zelden overigens ook op de adviseur. Op de etage daarboven, de zolderetage, werken de onderzoekers. Zij doen onderzoek naar misstanden en naar eventuele benadeling van een klokkenluider. Situaties die soms jaren teruggaan, heel gecompliceerd kunnen zijn en met dossiers die bij wijze van spreken tot aan het plafond reiken. Verder maakte ik ook kennis met de drie preventiemedewerkers. Zij bevorderen integriteitsbeleid binnen organisaties, beantwoorden vragen van werkgevers over bijvoorbeeld de inrichting van meldsystemen, schrijven praktische handreikingen en zijn ook internationaal heel actief.

Je hebt echt de praktijk nodig om te begrijpen wat melders van misstanden kan overkomen. En waarom zij zo belangrijk kunnen zijn, voor een organisatie, voor de samenleving.

Al met al heeft het Huis ingewikkelde vraagstukken onder handen. En stonden en staan de schijnwerpers niet voor niets op ons gericht. Ik was mij ervan bewust dat ik niet in rustig vaarwater zou stappen. En hoe goed je je ook voorbereidt en inleest, je hebt echt de praktijk nodig om te begrijpen wat melders van misstanden kan overkomen. Maar ook waarom zij zo belangrijk kunnen zijn, voor een organisatie, voor de samenleving. En daarom is ook het Huis voor klokkenluiders – waar dit allemaal samenkomt – zo belangrijk.”

Bescherm de melder

Heb je een bepaald beeld gekregen van klokkenluiders en wat die nodig hebben?

Wilbert Tomesen: “Je kunt volgens mij geen label plakken op ‘de klokkenluider’, op de melder van een mogelijke misstand. Iedere werknemer kan op een interne misstand stuiten. Maar het vraagt wel om dapperheid en gevoel voor rechtvaardigheid om dan ook je vinger op te steken. En om doorzettingsvermogen, wanneer je merkt dat de melding niet goed wordt opgepakt of, erger, je er zelf nadeel van ondervindt. We stellen wel vast dat men vaak laat bij ons aanklopt. Dan zijn er vaak al onherroepelijke posities betrokken, is schade opgelopen en het leed al geschied. Ik ben van overtuigd dat melders in een zo vroeg mogelijk stadium steun nodig hebben en doorlopend bescherming behoeven. Bescherming van de melder is daarom ook het centrale thema in de Toekomstvisie die wij begin dit jaar hebben gepubliceerd.”

Maar de melder kan toch naar de rechter voor die bescherming?

Wilbert Tomesen: “Een klokkenluider kan zeker naar de rechter, maar past het wel om tegen mensen die iets doen waar de hele samenleving belang bij heeft te zeggen: zoek het verder maar zelf uit, you’re on your own? Dan zou de samenleving toch moeten kunnen zeggen tegen de organisatie waar een misstand plaatsvond: je hebt normen overtreden waarvan wij vinden dat die belangrijk zijn? De samenleving zou melders dan niet aan hun lot moeten overlaten – waar zij de vinger op hebben gelegd overstijgt de individuele relatie werknemer – werkgever. Daarom is de mogelijkheid om als samenleving in het uiterste geval te kunnen sanctioneren ook zo belangrijk. En niet voor niets eist de richtlijn dat ook van ons.

Ik was onder de indruk van wat een Israëlische collega vertelde. Zij hebben vanuit de Israëlische Ombudsman, waar de klokkenluidersbescherming is ondergebracht, de bevoegdheid om partijen te bevelen pas op de plaats te maken. Een situatie bevriezen als het ware. Om te kijken wat er aan de hand is, eventueel verdere escalatie voorkomen. Ik kan me ook bij ons legio situaties voorstellen waarin dit een effectief beschermingsmiddel kan zijn. Maar dat moet je kunnen afdwingen en daar heb je dwangmiddelen voor nodig. Sancties dus. Maar zover zijn we nog niet, helaas.

Soms is het voldoende dat de melder goed en tijdig geïnformeerd is en weet wat zijn rechten en plichten zijn. Zijn situatie kan inschatten. Eventueel kan het Huis deze mensen verder adviseren en begeleiden. Aan rechtstreekse belangenbehartiging doen we niet, kunnen we niet doen. Wel kunnen we zorgen dat we goed doorverwijzen naar bijvoorbeeld juridische of psychosociale deskundigen. Het Huis pleit overigens zeer voor een voorziening waardoor melders van misstanden de hulp die ze nodig hebben niet zelf hoeven te betalen. Mensen die iets doen dat de samenleving ten goede komt, verdienen het bij de gevolgen daarvan te worden geholpen. En niet financieel aan de grond te raken. Toen de huidige Wet Huis voor klokkenluiders in het parlement werd besproken was al sprake van een fonds voor klokkenluiders. Destijds heeft dat idee het niet gehaald. Ik hoop dat de tijd nu rijp is om het opnieuw op te pakken.”

Hoe mooi de regeling ook, papier alleen biedt niet een veilige werk- en meldomgeving.

Natuurlijk moet ook de werkgever zijn rol pakken. Het valt mij bijvoorbeeld op dat grotere organisaties weliswaar meldprogramma’s en vertrouwenspersonen hebben, maar dat het vaak ergens in het systeem, als dat eenmaal uitgedaagd wordt, toch verkeerd gaat. Daarom hameren we op het belang en vermogen van de organisatie om niet alleen maar bijvoorbeeld meldprocedures op papier te hebben, maar er ook daadwerkelijk naar te leven. Hoe mooi de regeling ook, papier alleen biedt niet een veilige werk- en meldomgeving.

Wilbert Tomesen: “Als wij daaraan kunnen bijdragen, dan beschermt dat straks de toekomstige melder van misstanden ook. Ons onderzoeks- en advieswerk levert inzicht op en nieuwe kennis over het zorgvuldig omgaan met meldingen en melders, het omgaan met tegenspraak. Die kennis willen wij uitdragen. Organisaties vaardiger maken als het gaat over integriteit in werkrelaties. En mensen empoweren. Ik zou het geweldig vinden als het Huis in die positie breed wordt erkend en herkend.”

Werkgever, geef zekerheid

Zou de klokkenluidersbrief nuttig kunnen zijn op het moment dat iemand intern een melding doet? Of kunnen jullie dat alleen op het moment dat er een intern traject is afgerond?

Wilbert Tomesen: “De idee over wat de klokkenluidersbrief behelst, is een soort eigen leven gaan leiden. Laat mij het uitleggen. Als mensen ons, meestal in de eerste plaats onze afdeling advies, benaderen dan moeten wij onze afvragen of dit iemand is die waarschijnlijk aan de wettelijke definitie van klokkenluiders voldoet. Is het vermoeden van een maatschappelijke misstand gerechtvaardigd, met name. We sturen niemand met lege handen weg, we helpen waar we kunnen, maar om echt met iemand in zee te kunnen, moet de wet dat mogelijk maken. Als dat zo is kunnen we mensen een brief sturen, waarin we zeggen dat wij denken dat ze terecht de klokkenluidersstatus claimen en dus ook -de door de wet aan hen gegeven – bijbehorende bescherming tegen benadeling. Zodat ze weten wat hun rechten zijn.

Daarnaast geven we aan wat het Huis voor zo iemand kán betekenen. Het blijkt dat mensen die brief als een grote steun in de rug ervaren, het geeft ze houvast. Dat vinden wij al heel waardevol en ik denk ook dat het goed is om, met alle slagen om de arm, te beschrijven wat wij voor iemand verder kunnen doen. Dat is wat wij intern de klokkenluidersbrief noemen – niet meer, niet minder. En natuurlijk bekijken voortdurend hoe we mensen in verschillende fasen van ons contact met hen nog beter kunnen informeren.

Leiding moet outreachend zijn naar mensen die denken niet-integer gedrag te zien en dat durven te melden. Actief bescherming nemen. Daar wordt uiteindelijk iedereen beter.

Overigens zou zoiets ook in het meldsysteem van de werkgever moeten zitten. Dat men snel te horen krijgt: uw melding is gedaan binnen de klokkenluidersregeling van onze organisatie. We erkennen u in die rol. Ik denk dat mensen daar zekerheid aan ontlenen. Sowieso moet de leiding van een organisatie outreachend zijn naar mensen die denken niet-integer gedrag te zien en dat durven te melden. Actief informeren, transparant zijn, in bescherming nemen. Daar wordt uiteindelijk iedereen beter van – de organisatie zelf niet in het minst.”

Het Huis reconstrueert feiten en gebeurtenissen

Is het soort onderzoeken dat het Huis doet min of meer hetzelfde als bij het OM?

Wilbert Tomesen: “Wij stellen niet vast of een tenlastelegging kan worden bewezen. Wat wij doen bij onderzoek is proberen de feiten zo goed mogelijk te reconstrueren. Voor zover mogelijk, want zaken gaan vaak jaren terug. Wat is er gebeurd? Hoe is de melding opgepakt? Wat zijn daarvan de gevolgen geweest? Is iemand op een bepaalde manier bejegend, benadeeld? En, als het om een bejegeningsonderzoek gaat vooral, is er een causaal verband tussen de melding en de nadelige manier waarop de werkgever de werknemer heeft behandeld. Zijn er represailles geweest? Wij beschrijven een situatie, halen terug wat er gebeurd is en geven antwoord op onderzoeksvragen. En dat antwoord is zeker niet alleen maar schuldig of onschuldig.”

Het Huis van de Toekomst gaat de tanden laten zien

Heb je het idee dat het Huis voor Klokkenluiders die veilige haven is, die beloofd is door de wetgever? Wat is jouw ideale huis, wat zou bijgebouwd moeten worden?

Wilbert Tomesen: “Volgens mij zijn we een veilige haven, maar beter laat ik dat oordeel over aan de mensen die een beroep op ons doen. In ieder geval krijgen we geregeld terug dat men zich goed geholpen voelt. Maar tegelijkertijd zijn we ook gebonden aan wettelijke criteria. En dat betekent dat we het niet altijd iedereen naar de zin kunnen maken. En al doet elke collega in het Huis z’n stinkende best om iedereen te helpen, en al sturen we niemand met lege handen weg, we kunnen alleen al vanwege de wet dus niet met iedereen langdurig in zee. En dat nog los van onze nu eenmaal echt heel beperkte capaciteit en het feit dat we nogal eens te maken krijgen met situaties die eigenlijk al ver zijn geëscaleerd. Ik realiseer me heel goed dat het Huis voor mensen een laatste toevluchtsoord kan zijn, letterlijk een last resort. Dat schept hoge verwachtingen bij mensen. Op onze website leggen we uit hoe we werken, welke intakecriteria we hanteren. Verwachtingen managen en uitleggen, uitleggen en nog eens uitleggen.”

Jullie beklemtonen in de Toekomstvisie de noodzaak om de last van de melding van de schouders van de melder te halen. Komt dat omdat jullie zien dat als melders er al zo ver in zitten, ze niet meer van plan zijn om die last los te laten?

Wilbert Tomesen: “Dat laatste herken ik wel. Wanneer een zaak al jaren speelt is er al veel leed geleden en is de melder als het ware een beetje met de melding vergroeid. De houding van de werkgever, afwerend, soms de melder ronduit benadelend, versterkt dat vaak nog.

‘Klokkenluider for life’ is echt geen benijdenswaardige positie. Herkenning van de melding en erkenning van de melder zijn daarom zo belangrijk.

Mensen moeten niet hun hele leven lang klokkenluider blijven. ‘Klokkenluider for life’ is echt geen benijdenswaardige positie. Herkenning van de melding en erkenning van de melder zijn daarom zo belangrijk. Het voorkomt een hoop ellende en het is achteraf vaak de enige weg om weer nader tot elkaar te komen. Voor ons betekent dat dat we proberen om als het ware de melding over te nemen van de melder. Bij een misstandonderzoek is dat overigens gemakkelijker dan bij een bejegeningsonderzoek, want in dat laatste geval draait het uiteindelijk ook vooral om wat de melder is overkomen. Het is ingewikkeld voor mensen. Als die last op je schouders ligt, al jaren soms, is het heel moeilijk om je daar verre van te houden. Mensen hebben daar moeite mee, dat merken we, doordat ze veel bellen, veel mailen, veel vragen, er, heel begrijpelijk, bovenop zitten. Dat vergt dus veel begrip en veel geduld van de onderzoekers.

Voor de toekomst hoop ik dat wij de centrale organisatie worden voor het helpen en beschermen van melders van misstanden in Nederland. In onze Toekomstvisie staat dat we willen bijdragen aan het voorkomen, signaleren, oppakken en oplossen van maatschappelijke misstanden om zodoende de integriteit in werkrelaties te bevorderen. Als er straks, nadat de Europese klokkenluidersrichtlijn is geïmplementeerd, in Nederland op dit terrein meerdere bevoegde autoriteiten zijn, zullen wij op het onderwerp klokkenluiden een spin in het web – een knooppunt – moeten zijn. Onze rol en positie moet helder zijn. Een centraal meldpunt dat bovendien zelf effectief in actie kan komen, adviseert, onderzoekt en tanden kan laten zien, maar ook waar nodig doorverwijst naar andere autoriteiten. Met alles wat we zien en leren zullen we daarbij ook een centraal kennisinstituut moeten zijn. Zoals de Nationale ombudsman overigens ook al heeft aanbevolen.”

Als je kijkt naar de afgelopen twee jaar, wat voor beeld is er dan blijven hangen van het Huis?

Wilbert Tomesen: “Er is heel veel gebeurd sinds het moment dat ik voor het eerst het Huis binnenging. Ik stel vast dat er in het Huis door gedreven mensen met plezier wordt gewerkt. De adviseurs helpen vele tientallen mensen, de onderzoekers onderzoeken en publiceren rapporten, de afdeling preventie maakt relevante brochures, in Europa spelen we een voortrekkersrol. Waar ik vooral trots op ben? Dat we met z’n allen – bestuur, directie, medewerkers – erin geslaagd zijn om een nieuwe, breed gedragen Toekomstvisie te schrijven, voor een krachtige centrale autoriteit die klokkenluiders helpt en beschermt, kennis van zaken heeft en daardoor, hoop en verwacht ik, steeds meer gezag opbouwt.”

De auteur Mr. Dr. Caroline Raat is onderzoeker, auteur en adviseur op het gebied van recht en integriteit. Caroline is ook blogger op het Risk & Compliance Platform Europe. Zij handelt onder de naam BESLISGOED, Nudging for Ethics. 

 

  • Hisse de Vries

    Mooi Caroline

  • jan snellers

    Er is in Nederland een groot verschil tussen de papieren en daadwerkelijke werkelijkheid.
    De Nederlandse overheid zal er alles* aandoen om een Klokkenluider maximaal ‘kapot’
    te maken, als diezelfde overheid zelf de fraudeur is.

    Jan Snellers (mobiel : 06 -39 04 19 80)

  • A.D.A. Van der Velden

    Horen, zien en zwijgen. Vooral geen ik klokkenluider willen zijn, want uiteindelijk is er niemand die jou helpt of beschermt ….

  • Jan Paalman

    Ik mis iets in vorenstaande namelijk het volgende:
    Kijk eerst op welk niveau de misstand plaats vindt.
    Als het namelijk heel erg hoog zit dan blijft men wegkijken voor strafbare feiten en zegt men na 20 jaar zo er al strafbare feiten zijn gepleegd, dan zijn deze verjaard!!

    Oud rechercheur vuurwerkramp (politieke doofpot)
    Jan Paalman.

    De prijs die je voor waarheidsvinding moet betalen is hoog.
    “Onder dwang van strafontslag een VSO moeten tekenen, eervol ontslag met kantonrechtersformule”

  • Rechts Ongelijkheid

    De praktijk van de laatste vier en een half jaar heeft uitgewezen dat het Huis niet meer is dan een filiaal van BZK en in vele gevallen een voortzetting van benadelingen voor de zich meldende klokkenluider. Bewust. Voor rechtsbescherming kan men zich net zo goed melden bij Sander Dekker.

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *