Voorstel Wet bescherming klokkenluider: op de drempel aangepast

20 december 2021
Kennisbank

Caroline Raat

Op 17 december 2019 trad de Europese Klokkenluidersrichtlijn in werking. Daarin stond een overgangsperiode van twee jaar waarbinnen de lidstaten de richtlijn hadden moeten omgezet naar nationaal recht. Die termijn is in Nederland niet gehaald. Het gevolg ervan is dat er verschil van inzicht bestaat over welk recht er nu geldt. Volgens deskundigen op het gebied van (Europees) recht, gelden Europese richtlijnen (rechtstreeks of via richtlijnconforme uitleg) in de publieke en private sector. Dat betekent dat bijvoorbeeld de grotere bescherming van melders, of die nu voor de overheid, bedrijfsleven of andersoortige werkgevers werken, voor EU-inbreuken vanaf 17 december 2021 ingaat.

Dit klassieke leerstuk van rechtstreekse en richtlijnconforme uitleg betekent dat alle werkgevers die onder de wet vallen vanaf 17 december 2021 een intern meldkanaal moeten hebben voor EU-inbreuken die aan de richtlijn voldoet. Nu geldt deze plicht ook als voor misstanden naar Nederlands recht.

Geen papieren tijger

Zodra het wetsvoorstel in werking treedt, zijn de regels voor het hebben van een meldkanaal precies hetzelfde als voor EU-inbreuken. Vanaf die datum is dat volgens de Nota van wijziging van 14 december 2021 geen vrijblijvendheid meer. Er wordt een nieuwe bepaling toegevoegd aan artikel 2:

8. Iedere belanghebbende werknemer kan de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de werkgever binnen een door de kantonrechter te bepalen termijn een procedure als bedoeld in het eerste lid, vaststelt.

Het gevolg is dat de kantonrechter werkgevers hiertoe nu kan dwingen op straffe van een dwangsom. Dat willen werkgevers uiteraard niet, dus zij moeten nu echt aan de slag met het maken van een waterdichte regeling.

De meld- en opvolgingsfunctionaris: geen wettelijke bescherming

Aan de onpartijdigheid van de met de uitvoering van de wet belaste functionarissen kunnen niet of nauwelijks eisen worden gesteld in de wet, en ook niet aan de deskundigheid. In bepaalde wettelijk gereguleerde branches wordt iets als een onafhankelijkheidsverklaring geregeld, die kan worden afgedwongen en waarop kan worden toegezien. In alle andere branches blijft dit een hachelijke kwestie, ook ter bescherming van deze functionarissen zelf. Dat is jammer, want het was goed te doen te geweest om de eisen en bescherming te ‘lenen’ van die van de Functionaris Gegevensbescherming volgens de AVG.

Van brandweer naar brandpreventie

De nota kent nog een aantal in het oog springende wijzigingen. Zo is in het kader van de door de Kamer (en anderen) gewenste harmonisering de definitie van het begrip ‘misstand’ zodanig aangepast dat ook een gevaar voor een schending van een wettelijk voorschrift waarbij het maatschappelijk belang in het geding is onder de definitie van misstand valt.  Dat geldt ook voor meldingen over toekomstige inbreuken op Unierecht. Dat is echt goed nieuws, want brand wil je voorkomen in plaats van blussen.

Nietigheid van zwijgbedingen

Belangrijk is een verbod op contractuele en andere niet-wettelijke zwijgbedingen, op straffe van nietigheid. Het nieuwe artikel 17h luidt als volgt:

1. Elk beding dat het recht beperkt of ontneemt om met inachtneming van het bepaalde in deze wet informatie over een inbreuk op het Unierecht of een vermoeden van een misstand te melden of openbaar te maken, is nietig.
2. Het eerste lid is niet van toepassing: a. voor zover het beding is overeengekomen ter uitvoering van een daartoe strekkend wettelijk voorschrift; b. op bedingen die overeengekomen zijn voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel.

Hiermee maakt de wetgever extra duidelijk dat vertrouwelijkheid en geheimhouding in veel beroepen een groot goed zijn, maar niet mogen leiden tot heimelijkheid. Want heimelijkheid is een van de Red Flags voor misstanden in de maak.

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *