Transparantie in de rechtspraak, scoort Nederland wel zo hoog als wordt beweerd?

25 september 2020
Kennisbank

Caroline Raat

Nederland scoort hoog op allerlei internationale rankings. Dat is mooi. Zo staat Nederland al jaren op plaats 8 in Transparency International’s CPI. Dat staat in schril contrast met een eveneens zeer hoge plaats als ‘facilitator’ van juridische en financiële constructies ten behoeve van het wegsluizen en witwassen van crimineel geld. Op de CPI is kritiek, omdat er slechts een perceptie van corruptie wordt gemeten, en onder meer de welvaart van het land als belangrijke factor wordt meegewogen. De CPI meet dus ‘van alles’. Dat het met openbaarheid van bestuur niet best gesteld is, is inmiddels common knowledge. De Nederlandse Wob staat op een treurige plek 73 in de RTI Rating. De praktijk van die wet is niet beoordeeld in de ranking, maar de ervaring van journalisten en burgers spreekt boekdelen: daar zou de ranking nog wel eens lager kunnen liggen. In dit artikel ga ik in op de hoge ranking van de Nederlandse rechtspraak en de merkwaardige manier waarop die tot stand komt. Ook stel ik vragen bij al die zaken die de TV niet halen: klopt het beeld van de gemiddelde burger wel? Verder pleit ik voor zelfreflectie en transparantie bij rechters, ook als dat moeilijk is. 

De rechtspraak lijkt in Nederland goed geregeld, hoewel nieuws over mislukte automatiseringsprojecten en grote werkdruk zou moeten leiden tot twijfel: als de systemen falen, kan het individu zijn werk niet goed doen. In de week van de rechtspraak moeten we het daarover hebben, want rechtspraak is heel erg belangrijk. Het is het sluitstuk van de rechtsstaat en van rechters mogen burgers daarom veel verwachten. In vertrouwensonderzoeken van het CBS scoort de rechtspraak (waarover slechts een enkele vraag wordt gesteld) nog voldoende. Die wordt niet uitgevoerd onder mensen die zelf ervaring hebben (gehad) met de rechtspraak. Daarnaar moet meer onderzoek worden gedaan. En dan niet alleen naar de vraag hoe men de zitting ervaarde en of de rechter wel goed luisterde, maar meer diepgravend.

Een ranking waarnaar door de rechtspraak zelf en door de overheid vaak wordt verwezen is de Rule of Law Index. Nederland staat hier op de vijfde plaats, maar zakt wel in punten. De ‘stand van de rechtspraak’ is hierin overigens geen parameter (factor). Met die index lijkt, zo bleek al uit het interview in de Volkskrant met ir. Toon Peters iets geks aan de hand, want wie heeft de survey uitgevoerd? En wanneer? In elk geval lijkt het erop dat er vanaf 2016 geen onderzoek in Nederland meer is gedaan. De resultaten van 2020 lijken dus ‘copy-paste’ uit de eerdere rapporten (die niet transparant zijn over de meetmethode). Hierover zijn terecht door SP-Kamerlid Van Nispen kritische kamervragen gesteld, waarop geen goed antwoord is gekomen.

Wat is er onderzocht?  

En wie zijn de ‘ongeveer 20 nationale experts’ die zouden zijn bevraagd? Volgens het Advocatenblad zouden 23 deskundigen, onder wie zeventien advocaten, verbonden aan veertien advocatenkantoren, van wie tien uit Amsterdam zijn bevraagd. Daarnaast werden volgens een geïnterviewde wetenschapper in Nederland enkele academici en een medewerker van een ngo bevraagd. Maar wie dan? En wanneer? In 2016? Welke stake hebben zij wellicht bij een rooskleurige ‘perceptie’ – in Nederland lopen advocaten, rechters en rechtswetenschappers voortdurend rondjes door dezelfde draaideur, wat een probleem op zich is als het gaat om onafhankelijkheid.

In de survey-tekst (met dank aan ir. Toon Peters) staat het volgende: “Deze studie wordt uitgevoerd door de onafhankelijke onderzoeksorganisatie World Justice Project en staat los van de overheid en van politieke partijen. Het doel van de studie is inzicht te krijgen in de opvattingen van Nederlanders over hun ervaringen met de wet.” WJP is echter wel gefinancierd door de gemeente Den Haag en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De algemene vragenlijst betreft een zeer breed multiple-choice perceptie-onderzoek, met vragen over van alles en nog wat. Een groot gedeelte betreft vragen over informatievoorziening door de overheid. Er zijn vragen over criminaliteit, kwaliteit van leven, en het betalen van smeergeld. De onderzoeksorganisatie WJP heeft zelf geen onderzoek gedaan, maar de opdracht naar eigen zeggen via YouGov uitbesteed aan Lightspeed (Kantar / TNS Nipo). Deze organisatie, die overigens op de eigen website geen deskundigheid aangeeft op het gebied van beleidsonderzoek / onderzoek publieke sector, zegt echter van niets te weten.

De meeste vragen in het brede onderzoek betreffen ‘hypothetische gevallen’ die gaan over de overheid; over vergunningen, bedragen voor uitkoop van woningen, of mensen wel eens zijn overvallen in hun huis en andere zaken. Er wordt het nodige gevraagd over de sociaal-economische situatie, religie, etc. De paar vragen die over de rechtspraak gaat luiden bijvoorbeeld:

V7. Volgens u doen de meeste rechters uitspraak op basis van…?
<1> Wat de overheid wil
<2> Wat mensen met sterke privébelangen willen
<3> Wat de wet bepaalt
<99 fixed> Ik weet het niet

V13. Hieronder vindt u een lijst met categorieën van mensen, groepen van mensen en instellingen. Kunt u aangeven hoeveel vertrouwen u hebt in elk van de volgende categorieën?
-[q13a] Mensen die in dit land wonen
-[q13b] Ambtenaren die voor de lokale overheid werken
-[q13c] Ambtenaren die voor de federale overheid werken
-[q13d] Politie
-[q13e] Gerecht
<1> Veel
<2> Matig
<3> Weinig
<4> Geen
<99> Ik weet het niet

Wat denkt u dat een gemiddelde burger, die met dit soort dingen nooit te maken heeft, antwoordt? En wat is de waarde ervan? Zegt dit iets over wat Nederlandse rechters doen? Nee. Het geeft een beleving aan, goeddeels gebaseerd op wat mensen zien op televisie. En dat wijkt nogal af van de praktijk van alledaagse zaken.

Rechtspraak zonder glamour

Als er geen media bij zijn, als het een ‘bulkzaak’ is, dan zitten er niet drie rechters met dikke grondig bestudeerde dossiers voor hun neus in zittingen die soms wekenlang duren. Dan is er één rechter, die het vanwege de gebrekkige administratie en automatisering met een enorm pakket ongeordende stukken moet doen – vorige week zelf nog gezien in een rechtbank. Heeft hij die kunnen lezen, in de juiste volgorde? Heeft hij nog een beeld kunnen krijgen van hoe gebeurtenissen elkaar zijn opgevolgd, wat oorzaak is en wat gevolg? Heeft hij zich onbewust laten leiden door de beweringen van een hem bekende advocaat, of van een gemeentejurist die een knipkaart bij hem heeft?

Bekend is dat in veel zaken geen gespecialiseerde rechters betrokken worden. Niet of pas afgestudeerde griffiers die van begin tot eind het dossier feitelijk bestieren, zijn ook geen garantie op hoge kwaliteit. En dan de bias: die heeft iedereen, maar op de een of andere manier denken rechters – ik heb ze dat zelfs horen zeggen – dat zij daarboven verheven zijn. Dat is echter onmogelijk! Niemand kan namelijk zijn eigen ‘systeem 1’ (een reptielenbrein), uitzetten en slechts gedeeltelijk kan dit worden gecorrigeerd. Dat geeft niets, maar enige zelfreflectie hierop lijkt mij noodzakelijk.

Zo schrijft rechtssocioloog Holvast in haar proefschrift “In the Shadow of the Judge” (Amsterdam, 2017) dat rechter voorafgaand aan de zitting worden ‘geïnstrueerd’ door een griffier, vaak zelfs met een conceptuitspraak:

However, there is also an advisory and discussion-related component to these duties which potentially results in entities other than judges influencing the process and content of adjudication. When the public becomes aware of this situation, this can also harm the authority of the judge and the legitimacy of the judiciary.” (p. 99)

Soms vertrouwt de rechter volledig de samenvatting en instructie van de griffier zonder de stukken zelf te lezen. Maar ook als de stukken wel worden gelezen, dan is het ankereffect al daar: onbewust wordt het beeld van de zaak, en daarmee de uitspraak beinvloed door het niet per se correcte of objectieve, laat staan altijd even deskundige mening van de griffier (dat zijn vaak studenten of onervaren juristen):

This enhances the likelihood of the judges being (unintentionally) influenced by the memo. Studies on heuristics and cognitive biases in (judicial) decision-making have revealed that the decisions that judges make are effected by the manner in which the information is presented to them. Thus when the information from the files is presented by the judicial assistant in a certain layout, this can affect the way in which the judge evaluates this information. This so called anchoring effect can occur. This occurs when people, in this case judges, adjust their judgments unconsciously to an initial value which is presented to them, which serves as a reference point or anchor for the judgment. (p 115)

Dat rechters ook behept zijn met een reptielenbrein, is geruststellend: het zijn toch mensen. Maar dat zij zich daarvan niet bewust zijn, en oprecht denken dat zij echt onafhankelijk en rationeel zijn, dat is ernstig. Dat is namelijk niemand. Het zou het vertrouwen in rechters ten goede komen als zij hierover transparant zijn en dit onontkoombare feit erkennen. Doen zij dit niet, dan zijn zij inherent ongeschikt voor het vak.

Naar de juridische kwaliteit en deskundigheid van de rechters en griffiers wordt slechts indirect onderzoek gedaan, bijvoorbeeld door visitatiecommissies, die overigens wel het nodige op te merken hebben over de kwaliteit. De aard van het vak maakt direct onderzoek moeilijk, omdat het niet mogelijk is om – zoals compliance officers dat wel gewend zijn te doen – zaaksdossiers door een onafhankelijk onderzoeker te laten doorlichten op administratieve fouten, bias en juridische missers. De uitspraak die openbaar wordt gemaakt kan dus nooit – ook niet door annotatoren en rechtswetenschappers – op juistheid, zorgvuldigheid en vooral op feitelijkheid en waarheid worden gecontroleerd. Dat kan hooguit in hoger beroep, maar dat is daarvoor niet bedoeld. De hoger beroepsrechter is geen toezichthouder op de uitvoeringspraktijk van de lagere rechter. En wie controleert de controleur?

Transparantie in de rechtspraak

Transparantie in de rechtspraak betekent dus vooral – daar pleit Holvast ook voor – ook erkennen dat er in de rechtspraak fouten worden gemaakt, mensen niet altijd zuiver objectief, zakelijk en onpartijdig tegemoet worden getreden, dat er allerlei niet daartoe benoemde en getrainde ambtenaren invloed hebben op het proces en dat dit effect heeft op de uitkomst: een mogelijk verkeerde uitspraak. Dat kan onder omstandigheden zelf aansprakelijkheid opleveren, maar ook daarmee moet de rechtspraak in een moderne samenleving mee kunnen dealen.

De kans op dergelijke incidenten neemt volgens de wetenschap toe als de wederpartij een grote (overheids-)partij is, met een groot advocatenkantoor. Daaraan wordt gemakkelijker geloof gehecht dan aan een eenling, zelfs als die advocaten – en helaas, dat doen zij soms – alle ‘standpunten’ bij elkaar verzinnen, zonder zelfs maar een begin van bewijs te leveren. Vergelijk het met de acteur in de witte jas in de reclame: instant vertrouwen, aangezet door het reptielenbrein. Rechters behoren dit te doorzien en te corrigeren – toen ik studeerde heette dit ‘ongelijkheidscompensatie’ – maar daar is niet altijd genoeg van terug te vinden.

Kritiek, hoe mild, goed onderbouwd en goed bedoeld ook, op de rechtspraak wordt niet gewaardeerd. Degenen die dit proberen, worden al snel in de hoek van de gekkies gezet, waarmee niet te praten valt. Dat is niet eerlijk, en dat past de rechtspraak niet. Daarom lijkt het mij een goed idee als de rechtspraak hierover in een open debat gaat met de samenleving. Niet met geselecteerde advocaten of wetenschappers, maar met iedereen. Mensen die zich ongepast gedragen, mogen uiteraard de zaal uit worden gezet. Maar het lijkt mij verstandig dat rechters luisteren, ook buiten de rechtszaal.

De auteur Mr. Dr. Caroline Raat is onderzoeker, auteur en adviseur op het gebied van recht en integriteit. Caroline is ook blogger op het Risk & Compliance Platform Europe. Zij handelt onder de naam BESLISGOED, Nudging for Ethics. De getoonde afbeelding is van Caroline Raat.

  • Toon Peters

    Ik heb onlangs nog een uitvoerig gesprek gehad met een rechtbankpresident over zaken die er binnen de rechtspraak niet goed gaan. Dus rechters die luisteren naar “buitenstaanders” zijn er dus wel en dat valt zeer te prijzen.
    Maar vanwege de scheiding der machten en onafhankelijkheid van rechters is het zeer moeilijk om elkaar op “fouten” of corruptie aan te spreken.

  • Aad Boudewijn

    Bij hoger beroep nasleep echtscheiding veroordeeld door de Cyberkamer Den Haag waar Cyberofficier van Justitie Janneke Slöetjes de valse aangiften van ex directeur Reclassering Johan Slöetjes inbracht waarbij ze meerdere zaken had vervalst en laten verdwijnen.
    Het verhaal heeft nogal wat voeten in de aarde want deze ex Bitch of Freedom (tegen de sleepnetwet) is rechterhand Cybercrime Voorzitter CPG GVD Burg. Meer als/dan 30 rechters zijn betrokken geraakt om met GVD Burg Janneke Slöetjes te redden van ambtelijke corruptie waar President Gerechtshof Marieke Koek, tevens lid Raad van Toezicht Reclassering, een hoofdrol in speelt waar zij ook voorzitter landelijke selectie commissie rechtspraak is.

  • Caroline Raat

    Mooi, Toon Peters, dat er presidenten zijn die wel het gesprek aangaan. Die ervaring heb ik ook, hoewel andere presidenten dat resoluut afwijzen. ‘Corruptie’ ben ik gelukkig nog nooit tegengekomen, maar vooringenomenheid en uitspraken die niet zijn gebaseerd op volledige dossiers en feiten wel.
    Maar dan iets anders: ik zie dat sommige mensen reageren met reacties die niet ter zake doen, die personen die zich niet kunnen verweren bij naam en toenaam noemen en die daarbij zonder argumenten allerlei forse beschuldigingen richting die personen uiten. Dat draagt m.i. niet bij aan een open debat. Integendeel: het slaat elke discussie dood.

  • Alfred Mol

    Na 3 keer het Hof Fasseur-van Santen (zonder resultaat) gewraakt te hebben is in 2007 mijn advocaat mr R. de Lauwere een procedure bij het EHRM ondernomen. De advocaten/ vertegenwoordigers voor de Staat trokken bij het EHRM direct het boetekleed aan en erkenden dat het appel onacceptabel lang geduurd had en of ik maar zou willen schikken. Uiteraard wilde ik niet schikken en wilde oordeel van het HRM zien.
    In 2009 besliste het EHRM dat de procedure met KTI/ Technip BV onacceptabel lang geduurd had. Ook besliste het EHRM dat de NL wetgeving niet adequaat was om zo’n probleem optelossen. Het EHRM besliste dat de wetgeving aangepast diende te worden. In Sept 2009 heeft TROSRadar hierover bericht.
    Eindarrest werd toch gewezen door de vooringenomen rechters in Den Haag. Echter nu 11 jaar later is er nog steeds geen sprake van aanpassing wetgeving. Incapabel of onwillig ministerie ??

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *