Caroline Raat

Caroline Raat

Onafhankelijke auteur, onderzoeker en opleider op het gebied van bestuursrecht

Rechtspraak weet niet wat er in de AVG staat

18 maart 2019

Als je wilt weten welke persoonsgegevens er over jou worden verwerkt, dan geeft de AVG je het recht om een verzoek om een kopie te ontvangen. Wil je dat bepaalde gegevens niet over jou worden verwerkt, bijvoorbeeld op het internet, dan heb je als hoofdregel het ‘recht op vergetelheid’. Ook heb je het recht op verbetering van feitelijke onjuistheden. Wil de ‘verwerkingsverantwoordelijke’ niet meewerken, dan kun je naar de onafhankelijke rechter, om inzage of verwijdering af te dwingen. Uit bestudering van de website www.rechtspraak.nl blijkt dat de rechtspraak echter zelf de AVG niet naleeft. Hoewel op de website terecht staat dat persoonsgegevens niet alleen direct, maar ook indirect zijn, beschouwt de rechtbank alleen directe gegevens (naam, adres, telefoonnummer) als persoonsgegevens waar je kennis van mag nemen. Maar volgens de AVG en vaste rechtspraak zijn allerlei andere geschreven uitlatingen over personen (“Pietje Jansen heeft beroep aangetekend tegen zijn werkgever”, al dan niet in combinatie met “Pietje Jansen is een vervelende zeurpiet”) doorgaans ook persoonsgegevens. Zolang ze maar met enige moeite te herleiden zijn tot een persoon. Daar moet je dus ook inzage in kunnen krijgen en kunnen verzoeken om rectificatie of verwijdering. De rechtbank moet dus niet alleen zaaknummers, aanduiding van de partij (eiser, gedaagde) en dat soort algemene data verstrekken – die de betrokkene waarschijnlijk al had – maar meer.

Op de website staat echter dat voor inzage in (lopende) zaken geen AVG-verzoek kan worden gedaan. De rechtbank baseert deze mening op art. 23 AVG en 41 Uavg (allebei de zogeheten f-grond). Dat klopt niet. Deze artikelen geven namelijk geen ‘categorische uitzondering’, en die maakt de website er wel van.

Volgens de wet en de officiële toelichting moet per passage in een document een terughoudende afweging worden gemaakt: is niet verstrekken, corrigeren of verwijderen van gegevens door ‘de rechtspraak’ noodzakelijk en evenredig “in het belang van de bescherming van onafhankelijke rechtspraak en gerechtelijke procedures?” Dan bestaat er wel degelijk recht op inzage, correctie en ‘vergetelheid’.

Het lijkt erop dat de rechtspraak deze ‘beperking’, waarbij altijd belangen moeten worden afgewogen en waar noodzakelijke bescherming van de onafhankelijke rechtspraak de enige reden is om bepaalde stukken niet te verstrekken toepast om inzageverzoeken standaard af te wijzen. Dat klopt dus niet met wat er in de Europese en de Nederlandse wetten staat. In de praktijk krijg je op je verzoek om een kopie van je eigen persoonsgegevens een overzicht van je eigen gegevens en zaaknummers. Meer niet, en daar heb je niet veel aan.

Stel nu dat een uitspraak over jou wordt gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Volgens de anoniemiseringsrichtlijnen worden alleen je naam, woonplaats, geboortedatum, etc – de directe persoonsgegevens dus – weggehaald. Als uit de beschrijving van jouw persoon en situatie in de uitspraak, al dan niet vanwege bekendheid met jouw situatie uit andere bronnen, door sommigen valt op te maken dat die uitspraak over jou gaat: jammer dan!

De rechtspraak zal dus zijn eigen regels en websites moeten aanpassen aan de AVG. Dit betekent het volgende:

De anoniemiseringsrichtlijnen moeten worden aangepast. Niet alleen namen, adressen en andere evidente persoonsgegevens moeten weggehaald, maar ook beschrijvingen van de zaak, iemands persoonlijke situatie en andere herleidbare informatie.
Doet iemand een verzoek om verwijdering van delen van een uitspraak omdat hij toch nog wordt ‘herkend’, dan moet de rechtspraak daar volgens de AVG aan voldoen. De openbare uitspraken vallen namelijk niet onder de ‘journalistieke of artistieke uitzondering’.
Rechtbanken moeten op grond van de AVG inzage verschaffen in de zaakdossiers. Want waarom zou het noodzakelijk en evenredig zijn in het belang van de onafhankelijke rechtspraak als je die niet mag inzien?
Ook andere gerechtelijke stukken, zoals e-mails en zogeheten griffiersinstructies zullen niet altijd noodzakelijk in het belang van de onafhankelijke rechtspraak en procedures uitgezonderd moeten zijn van kennisname, rectificatie of verwijdering. Zeker als blijkt dat deze zijn geschreven door stagiairs of andere niet juridisch geschoolde mensen, valt lang niet altijd in te zien waarom de onafhankelijkheid daarmee gediend is.

Tot slot, de Autoriteit Persoonsgegevens is niet bevoegd om over de rechtspraak te oordelen. En de controle op de naleving van de privacyregels door de rechtspraak zelf is belegd op grond van een vage regeling bij de PG van de Hoge Raad. Die heeft niet veel kennis en ervaring in huis op dit gebied, en delegeert dit in de praktijk aan privacymedewerkers die lang niet allemaal een opleiding op dit gebied hebben. Dat is jammer, want zo moeilijk hoeft het niet te zijn.

Caroline Raat

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *