Is de Raad van State bang voor burgers?

30 november 2021
Kennisbank

Caroline Raat

In deze longread leg ik uit dat een grote groep wetenschappers, professionals en burgers die wel het goede voorbeeld heeft gegeven voor reflecties naar aanleiding van de Toeslagenaffaire. Diverse Kamerleden hebben al positief gereageerd, maar vanuit de rechtspraak blijft het nog stil. De uitnodigingsbrief staat op deze website, waarop met een infographic wordt uitgelegd wat er volgens beproefde methoden gedaan zou kunnen worden. De brief kan nog steeds via een petitie worden ondersteund. Dit blog is een samenvatting van de langere tekst, met als conclusie: we zien hoe in ‘reflectie’ wordt omgegaan met problemen: ze moeten niet worden opgelost, maar verdwijnen.

Vanuit de eigen kring buitelden mensen over elkaar heen om de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State te complimenteren met zijn excuses. Het deed denken aan een ouder die zijn kind prijst nadat hij ‘sorry’ heeft moeten zeggen tegen het kleinere buurkind dat hij een duw heeft verkocht. De aanbevelingen die het (besloten) reflectietraject heeft aangedragen zullen niet helpen. De wetswijziging (wijziging van de Awb die afwijken van de wet mogelijk maakt) mogelijk ook niet. Maar waarom niet?

Zeker bij de Raad van State, waarin amper tot rechter geschoolde staatsraden aan rechtspraak (in hoogste instantie) doen, werken staatsradelijke dwalingen ten gunste van de overheid. Bij dit instituut werken geen mensen die een achtergrond hebben in het bijstaan van burgers en kleine ondernemers. Dan worden die burgers vanzelf ‘anderen’ (outgroup). Zoals in de brief van de wetenschappers, professionals en andere deskundigen staat: “De haves hebben geen idee van hoe have-nots leven, maar juist de haves zijn in de positie om over have-nots te beslissen.”

Waar het in (bestuurs-) rechtspraak om gaat:
• Wat is de (praktische) waarheid (feiten en omstandigheden)?
• Hoe luidt het recht dat op deze waarheid moet worden toegepast?

Dit zal met deze reflectie, bergen aan rapporten en verslagen niet worden beantwoord. De reden daarvoor is simpel: juristen, en dus ook staatsraden, zijn niet opgeleid als feitenonderzoekers en –vaststellers. In de rechtswetenschap gaat het in de kern niet om waarheidsvinding of feitenvaststelling, maar om bewijsrecht. Daar gaat het mis, want daar – zo schreef Hirsch Ballin in 2015 al – krijgt de overheid het voordeel van de twijfel, en dat voordeel wordt met de reflectie niet weggenomen. Als de de feitenvaststelling al niet goed gaat, hoe kan daarbij dan het toepasselijke recht worden gevonden? Hoe kan dan maatwerk, evenredigheid en responsiviteit worden betracht? In de brief doen de daartoe wel geschoolde wetenschappers en professionals een voorzet, die ook geldt voor gerechtelijke instanties: vakmanschap, geëquipeerd door werkende beslismethodes.

Verder geef ik in de lange tekst aanbevelingen die wel helpen. Allereerst een vrijwillige, nette vertrekregeling, zoals die ook op 10 maart 2021 stond in een top story op dit Platform. Daarna moet worden geselecteerd op merites, en niet op netwerk. Totdat er sprake is van een representatieve samenstelling van het rechtsprekend deel van de Raad, zouden er uitsluitend personen als lid of staatsraad moeten worden benoemd die substantiële ervaring hebben in het bijstaan van ‘kwetsbare’ burgers en kleine ondernemers, die zo weinig mogelijk netwerkrelaties hebben met de kringen waaruit thans wordt geselecteerd en zij moeten worden getest op hun besliskwaliteiten, en hun bescheidenheid en eerlijkheid. Verder moeten er feitenonderzoekers worden aangesteld, zoals bestuurswetenschappers, psychologen, criminologen en historici. Blijf weg van vrijblijvende trainingen, cursussen en intervisies, maar stel leerdoelen die gehaald moeten worden. Ik besluit de tekst als volgt:

“Leren betekent niet alleen luisteren naar een paar tranentrekkende verhalen. Dat is alleen maar respectloos. Het betekent: echt invoelen en je eigen rol en werkwijze diepgravend willen veranderen. Dat vergt moed, maar macht is ook niet weggelegd voor op hun eigen positie gerichte mensen, maar voor leiders. In de woorden van mijn promotor Willem Witteveen: Je hebt macht en je dient verantwoording af te leggen.”

De auteur Mr. dr. Caroline Raat is auteur van het Handboek Ethiek en integriteitszorg voor de overheidsjurist en blogger op dit platform.



  • Dina-Perla Portnaar

    Mooi!

  • Fred Steenwinkel

    De Raad van State leidt aan het “sergeant principe” uit het leger. Dat luidt: artikel 1: de sergeant heeft altijd gelijk. Artikel 2 : als de sergeant geen gelijk heeft, treedt automatisch artikel 1 in werking.
    Op de RvS van toepassing: artikel 1 de overheid (belastingdienst enz.) heeft altijd gelijk. Artikel 2 als de overheid geen gelijk heeft, treedt automatisch artikel 1 in werking.

  • Caroline Raat

    De Uitnodiging staat op http://www.rechtsstaat-nederland.nl.

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *