Caroline Raat

Caroline Raat

Onafhankelijke auteur, onderzoeker en opleider op het gebied van bestuursrecht

Best Practices voor de Wet open overheid

06 juli 2022

Sinds 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) van kracht, de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Veel regels zijn hetzelfde gebleven, en een aantal zaken die niet geregeld waren in de Wob zijn ook niet terug te vinden in de Woo. Een ervan is de manier waarop met een informatieverzoek (‘Woo-verzoek’) moet worden omgegaan – in juridische zin, maar vooral in het zoeken naar informatie. Dat is een gemiste kans, omdat hier veel winst valt te behalen zodat procedures voorkomen kunnen worden. In dit blog leg ik uit hoe het beter kan. Voor het uitvoeren van de ‘zoekslag’ zijn geen regels. De jurisprudentie hierover is voor verzoekers niet gunstig. Het komt erop neer dat zij met bewijs dat de zoekslag niet volledig was moeten aantonen (‘aannemelijk maken’) dat er wel meer documenten waren dan er zijn verstrekt (ECLI:NL:RVS:2020:2437, ECLI:NL:RBMNE:2021:2452, ECLI:NL:RVS:2022:240). Dat is vaak ondoenlijk. Je weet immers niet wat je niet weet! Pas als je door bijvoorbeeld een brief met daarin een verwijzing naar een document dat wel onder het verzoek viel maar dat niet is verstrekt kunt aantonen dat de overheid niet goed heeft gezocht of documenten heeft achtergehouden, maak je een kans. 

In een tamelijk recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam is nog wel een gaatje – de minister had uitgelegd dat er ‘navraag was gedaan’ en dat er ‘verschillende zoektermen zijn gebruikt’ (ECLI:NL:RBAMS:2021:7878). Echter de hoogste rechter, de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, is nog niet zo ver. Die stelde recent nog dat kan worden volstaan met de uitleg ‘dat er navraag is gedaan’ (ECLI:NL:RVS:2021:1743).

Deze ‘dooddoener’ past niet bij de nieuwe lijn van deze Afdeling die – naar aanleiding van de Kinderopvangtoeslagenaffaire – beloofde minder op de ‘blauwe ogen’ van de overheid af te gaan en meer op de feiten. Zeker omdat de Woo in Hoofdstuk 6 de overheid verplicht om eindelijk werk te gaan maken van digitale informatiehuishouding, wordt het tijd dat de rechter van de overheid een professionele zoekslag eist. “Wij kunnen het niet vinden”, “wij hebben het toch netjes gevraagd” of andere niet controleerbare motiveringen zullen niet meer acceptabel zijn. Dat betekent dat er Best Practices moeten worden ontwikkeld voor het zoeken naar documenten. Rechters moeten ook meer kennis hierover hebben. Deze Best Practices staan in deze brochure beschreven.

Een Best Practice licht ik hier uit. Hoewel rechters er tot op heden geen punt van maken, is het niet professioneel om degene die het dossier waarover de informatie wordt gevraagd heeft behandeld, te belasten met het afhandelen van het Woo-verzoek hiernaar. De verleiding om ongerechtigheden in bijvoorbeeld mailwisselingen, app-berichten of conceptstukken te vernietigen of ‘niet te vinden’, is wel erg groot en oncontroleerbaar. Het past niet bij het vier ogenprincipe dat in andere sectoren gangbaar is, juist om rechtmatigheidsproblemen tegen te gaan. In elk geval heeft de overheid met een dergelijke werkwijze de schijn tegen zich. Immers, artikel 2:4 van de Awb verbiedt belangenverstrengeling, en uit de toelichting op deze bepaling blijkt dat die ook kan bestaan uit ‘grote betrokkenheid van de betreffende ambtenaar’.

Dit betekent dat van de overheid, of dat nu een gemeente, ministerie of uitvoeringsorganisatie is, wordt verwacht dat er een aparte functionaris of afdeling komt die met meer afstand, objectief, onpartijdig én deskundig het zoeken en beoordelen op zich neemt.

Caroline Raat

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *