Annotatie-plus en juridische kwaliteitszorg bij de rechtspraak

05 april 2021
Kennisbank

Caroline Raat

Een collega-jurist wees mij op een bericht in het Advocatenblad: alleen advocaten mogen in het kader van de door de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State (‘Afdeling’) opgezette ‘zelfreflectie’ reageren. Zij mogen alleen maar “knellende wetgeving” melden. Die is er ongetwijfeld en advocaten zullen die wel eens ervaren. Maar waarom wordt dit niet gevraagd aan particuliere rechtzoekenden, bedrijven en verleners van rechtsbijstand in het bestuursrecht? Zijn die niet goed genoeg? Waarom mogen alleen advocaten alleen maar knellende wetgeving melden, terwijl de wetgeving op zich vaak niet het probleem is, maar de vaak onbegrijpelijke en harde manier waarop de overheid daarmee omgaat (zonder verplichte evenredigheidstoets, zonder gezond verstand, zonder empathie) en deze zelfs overtreedt, de bestuursrechter die niet of nauwelijks doorziet en de burger feiten moet bewijzen die hij niet kan bewijzen? In zaken waarin de wetgever heeft bepaald dat burgers geen advocaat nodig hebben, en doorgaans ook niet krijgen? Wie mag er meedoen?

Hoe gaat de andere reflectie, “rechterlijke oordeelsvorming” plaatsvinden? Kunnen mensen die weliswaar staatsraad zijn en ‘belast met bestuursrechtspraak’, maar geen rechter met volwaardige rechterlijke opleiding en ambtseed zijn, dit wel? Moet dat door de Amis Curiae gebeuren, rechtswetenschappers die ver van de praktijk staan? Waarom zitten in de begeleidingscommissie alleen (oudere) juristen en een filosoof? Moeten hier niet minstens ook rechtspsychologen, rechtsfilosofen, bedrijfs- en organisatiekundigen in plaatsnemen? Moet dat allemaal in coronatijd al in november 2021 klaar zijn?

En de andere reflecties? Het is goed dat er eindelijk met de toeslagenouders wordt gesproken. Maar de Afdeling weet al dat het daar fout liep. Waarom wil de Afdeling niet onderzoeken of en zo ja hoe het op andere terreinen niet ook verkeerd loopt? Misschien minder massaal, maar daarom voor de betrokkenen niet minder afschuwelijk? Waarom worden er niet op een open manier burgers en ondernemers uitgenodigd? Bang voor ‘wappies’? Angst is een slechte raadgever. Sta er open in en luister echt.

Geen echte reflectie

Waarom wil de Afdeling geen echte reflectie? Waarom laat die de organisatie daarvan niet volledig aan anderen over? Met zo veel mogelijk verschillende geluiden, zoals ook Elvan Istanbullu in Trouw schrijft, naar aanleiding van het ronduit schokkende interview van de voorzitter, die blijft volhouden dat het een goede zaak is dat de onafhankelijke rechter op voorhand de overheid gelooft.

Die overheid, bestaande uit vele grote en kleine instanties en organen, bemenst door tienduizenden mensen, met alle hun eigen (onbewuste) bias, ambities, meningen en belangen. Die deze vaak wel opzij weten te zetten, maar lang niet altijd. Die lang niet allemaal verstand hebben van waar zij mee bezig zijn. Die lang niet allemaal voldoende gevoel hebben bij hoe hun handelen het leven van burgers beïnvloedt. Kortom: de rechtsstaat die niet bestaat, maar die bestaat uit mensen die meer of minder rechtsstatelijk handelen. Waar de bestuursrechter juist op moet toezien. Wil of kan deze voorzitter nog wel veranderen?

Annotatie-plus

Daarmee kom ik op een voorstel: net als veel wetenschappelijke juristen ben ik annotator, ik becommentarieer rechterlijke uitspraken. Met veel plezier. Maar ik heb geen idee of die uitspraken goed zijn of niet. Ik ken namelijk de dossiers niet; ik moet het doen met de gepubliceerde uitspraken. Uit mij wel bekende zaken kan ik melden dat diverse rechtbanken hebben erkend stukken kwijt te zijn geraakt, dossiers zelfs niet open te hebben gemaakt, verslagen pas maanden later te hebben opgesteld en dat niet afgestudeerde griffiers de uitspraken hebben geschreven.

De enige manier om erachter te komen of de uitspraken van de Afdeling kloppen, is om de volledige dossiers te zien en de partijen te spreken. Is er wel optimaal aan waarheidsvinding gedaan? Hoe ‘marginaal’ of ‘vol’ was de toets? Zijn de standpunten van partijen wel goed weergegeven? En volgen de juridische conclusies daar noodzakelijk uit of niet? Zijn belangen door overheid en rechter wel echt gewogen? Uiteraard anoniem, want het gaat niet om publiciteit of barbertje moet hangen.

Annotatie-plus dus. Even wennen voor iedereen, maar ik ben oprecht benieuwd naar de publicaties.

Juridische kwaliteitszorg voor de rechtspraak zelf

Dit is voor de rechtspraak vernieuwend, maar in het bedrijfsleven normaal. Compliance Officers scannen voortdurend alle dossiers en juridische ‘producten’. Ook bij sommige overheden is juridische kwaliteitszorg een normaal verschijnsel. Onafhankelijke ogen zorgen voor een frisse blik: het is namelijk lang niet altijd uit ‘slechtheid’ dat juridische zaken verkeerd lopen: bias, te groot overheidsvertrouwen, werkdruk, angstcultuur, gebrek aan kennis, gebrekkige administratieve systemen, rommelige dossiers en ingesleten gewoontes spelen een veel grotere rol. Met een (jaarlijkse) survey onder rechtzoekenden ben je er niet.

Kwaliteitszorg, ‘control’ en compliance: het werkt. De organisatie leert er van en fouten worden voorkomen. Er is geen enkele reden om daar niet aan mee te werken.

Oproep aan de Raad van State

Dit alles zou de voorzitter van de Afdeling als geen ander moeten beseffen. Positief-kritische mensen van buiten zijn niet de vijand, koester ze! Wellicht een modewoord maar transparantie, grootmoedigheid en kwetsbaarheid maken alleen maar sterker en verhogen het vertrouwen.

Ik meld mezelf aan als vrijwilliger, wie volgt?

De auteur, Mr. Dr. Carolione Raat is onafhankelijk auteur, onderzoeker en opleider op het gebied van bestuursrecht en ook blogster op het Risk & Compliance Platform Europe. 

  • A. Brack

    Annotatie-plus is op zich zelf een goed idee: een second opinion achteraf. Maar ik zie nog niet helemaal voor me hoe zoiets is te organiseren. Partijen mogen niet de indruk krijgen dat het een soort hoger beroep of cassatie is. Er zou ook een bevestiging in gezien kunnen worden dat, op voorwaarde van verbetering, de afdeling bestuursrechtspraak bij de RvSt kan blijven. En dat is voor mij maar helemaal de vraag ……….

  • Anton Weenink

    Mooi geschreven artikel, waaraan weinig valt af te doen of toe te voegen. Weinig, maar wel iets. Het pleidooi zou namelijk niet alleen voor de bestuursrechtspraak moeten gelden, maar ook en misschien wel vooral voor de civiele rechtspraak. Ook daar speelt de overheid veelal een belangrijke rol, zij het op de achtergrond. Dan strijden partijen, doordat het toezicht eerder faalde of geheel niet van de grond kwam door bijvoorbeeld een onjuiste mandaatverlening. En nodig is ook een reflectie op de civiele rechtspraak zelf. Bijvoorbeeld ten aanzien van de zwakke (mijn indruk !) rechterlijke handhaving van de waarheidsplicht van artikel 21 Rv.

  • H.R. Gobes

    Op 9 november (dus nog voor het rapport ongekend onrecht) heb ik mijn boek ‘Sjoemel-Rechtspraak’ o.a. toegezonden aan de voorzitter van de afdeling rechtspraak, mr. B.J. van Ettekoven. Het gaat over één en de zelfde zaak, die bij de bestuursrechter in 7 opeenvolgende zaken als ongegrond werd afgedaan. Maar later in een civiele procedure bij de burgerrechter met een positief vonnis is “gewonnen”. Aan de heer Van Ettekoven is de vraag voorgelegd, hoe dit kan als men altijd preekt over de eenheid van recht. De heer Van Ettekoven heeft geen antwoord gegeven op de vraag, maar de zaak in de doofpot gestopt. Hij zou er goed aandoen, als zelfreflectie, het boek te lezen en mee te nemen in zijn voorstellen om het vertrouwen in de rechtstaat in het algemeen en die in de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State in het bijzonder terug te winnen.
    In het boek zijn, door het lokaal bestuur en de (genoemde) bestuursrechters, alle beginselen van een eerlijk proces geschonden. Van vooringenomenheid tot partijdigheid en van bedrog tot valsheid in geschrifte.
    Ook uit “ongekend onrecht” blijkt dat de bestuursrechter zaken ten onrechte laat liggen of doorschuift naar de burgerrechter om een bestuursorgaan uit de wind te houden.

  • Caroline Raat

    Prof. Brack heeft hier een goed punt. Daar moet verder over worden nagedacht! Waarbij gemeld dat, mocht blijken dat een uitspraak gelet op de feiten in het dossier (dat bijv. niet goed is gelezen) echt niet houdbaar blijkt, er wellicht minder terughoudend met herziening of ambtshalve doorhaling moet worden omgegaan. Voorkomen moet worden dat bepaalde partijen hierin kunnen voordringen. Wat betreft de Raad van State: ik denk dat hogere bestuursrechtspraak door een instantie binnen de rechterlijke macht moet worden uitgevoerd. HR, CRvB, CBb, take your pick.
    Dhr. Weenink heeft ook een goed punt: dit geldt waarschijnlijk voor alle rechtsgebieden.

  • Pierre Lommerse

    Mooi stuk en het lijkt me dat je hier niet tegen kan zijn. We dienen hiermee, lijkt me, het hogere doel van een “eerlijke” rechtsstaat voor iedereen.

Plaats uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *