Global cooling

30 januari 2019

De nieuwste vooruitzichten van het IMF werden met 0,2 % bijgeschaafd, wat wijst op een verdere afkoeling van de economische activiteit in 2019 tot het laagste peil van de afgelopen drie jaar. De recent gepubliceerde Chinese BBP-cijfers wijzen op het traagste expansieritme in de laatste 28 jaar. Beide cijfers komen echter niet als een verrassing en hoeven niet te worden beschouwd als een nieuwe wereldramp die op ons afstevent. De band tussen economische prestaties en beursontwikkelingen is daarenboven op korte termijn erg vaag. In beide gevallen kan de oorzaak van de groeivertraging voor een belangrijk deel worden toegewezen aan de verlammende werking van het te lang aanslepende handelsconflict tussen de VS en China. Maar ook zonder dit dispuut zou de wereldeconomie in 2019 wellicht naar adem hebben moeten happen door de voortslepende economische zwakte in Euroland, deels veroorzaakt door de onzekerheid over de uiteindelijke uitkomst van de brexit en deels door het uitblijven van stimulerende fiscale maatregelen die helpen om de moedige monetaire politiek van de ECB te vertalen in effectieve economische groei op het intussen stilgevallen Europese continent. De opgelegde budgettaire discipline en besparingsverplichtingen zijn weliswaar zeer nuttig gebleken bij het afwenden van een nieuwe (en deze keer wellicht fatale) crisis van de eurozone maar verhinderen tegelijk ook de substantiële overheidsinvesteringen die in het verleden een belangrijk onderdeel vormden van de economische groei in Europa. Maar in een nieuw avontuur met sterk oplopende budgettaire tekorten heeft momenteel niemand zin, zodat de ECB geen andere optie heeft dan haar monetaire politiek met negatieve beleidsrente verder te zetten.

De voorziene rentestijging met 10 basispunten die ergens op het einde van 2019 voorzien was, werd intussen voor onbepaalde tijd uitgesteld. Wellicht zou een verdere verlaging nog het meest aangewezen zijn maar dit stuit op protest van de Europese grootbanken die hierdoor hun precaire rendabiliteit nog verder onder druk zien komen. De vertraging die wordt gesignaleerd door de Chinese conjunctuurindicatoren heeft intussen wél zeer verregaande stimulerende maatregelen uitgelokt. Lagere marktrente en de vermindering van de reserveverplichtingen van de Chinese banken moeten er voor zorgen dat lokale bedrijven over voldoende brandstof beschikken door vlot goedkope kredieten te kunnen aantrekken, terwijl infrastructuurwerken en belastingverlagingen de investeringsmotor op gang trekken.

Dergelijke maatregelen zullen natuurlijk ook van enig nut zijn om een terugslag bij het eventuele afspringen van de onderhandelingen met de VS op te vangen, maar een dergelijk negatief scenario zal vooral leiden tot verregaande depreciatie van de Chinese wisselkoers om de opgelegde tarieven te neutraliseren. Vermits de koers van de yuan de laatste weken echter stelselmatig oploopt, gaan we tot nader order uit van een positieve afloop van dit handelsconflict.

We verwachten echter geen snelle oplossing. De (arbitraire) deadline verstrijkt immers pas op 1 maart en beide partijen hebben geen voordeel om sneller tot een akkoord te komen. De Chinese afvaardiging (nu samengesteld op zeer hoog politiek niveau) zet deze week de besprekingen verder in Washington. Eventuele uitgelekte commentaren kunnen in tussentijd wijzen in welke richting de gesprekken evolueren en zullen de financiële markten tussentijds op en neer doen bewegen.

De Amerikaanse president zit nu ergens tussen schip en wal. Na de striemende nederlaag bij het shutdown debacle, waarbij beide partijen 800.000 ambtenaren als kiesvee voor zich uitdreven, kan Trump zich op korte termijn geen tweede afgang permitteren. Te vroeg akkoord gaan, zou echter kunnen wijzen op zwakte. Te lange en te harde onderhandelingen dreigen anderzijds de Chinese delegatie te doen afhaken met een diepe terugslag op de financiële markten tot gevolg.

De verhoogde economische onzekerheid zal de Amerikaanse Centrale Bank er intussen van weerhouden om verdere (en momenteel volstrekt onnodige) renteverhogingen door te voeren. De eerste realistische kans op het optrekken van de beleidsrente bevindt zich pas in het tweede helft van 2019 en dat geeft de financiële markten nog ruim te tijd om zich (eventueel) voor te bereiden op een dergelijke beweging.

De obligatiemarkten gaan momenteel uit van een lange winterslaap van de Fed en rekenen op het uitblijven van enige activiteit van de Centrale Bank op het vlak van rentetarieven. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de verwachte rentevoeten binnen één jaar, die quasi gelijk zijn aan de huidige.

Stefan Duchateau

 

Geef uw mening

Your email address will not be published. Required fields are marked *